|
29-08-2010
Nieuws van Yamaha
Onlangs werden tijdens een
kampioenswedstrijd in Japan twee Yamaha's gezien, die alle twee iets
bijzonders aan boord hadden.
De ene foto toont het blok van een YZM 125. A/s u goed kijkt, ziet u
op het spruitstukrubber een ingegoten rubberen pijpje dat middels
een slang in verbinding staat met een buffervat (niet zichtbaar op
de foto) dat onder de tank gemonteerd is. Yamaha noemt deze toestand
het YlCS-systeem.

Het buffervat kan het best vergeleken worden met wat men in de
elektrische wereld een condensator noemt, en heeft a/s taak het door
het spruitstuk stromende benzinemengsel op te vangen a/s de membraan
zich sluit.
Door het opengaan of sluiten van de
membraan (of van de inlaatpoort) wordt de snelheid van het
gasmengsel abrupt afgebroken, terwijl wel verwacht wordt dat die een
fractie van een seconde later weer hersteld is. Dat leidt uiteraard
tot problemen, vandaar dat Yamaha daar met het YlCS-systeem iets aan
trachtte te doen.
Nu vangt het buffervat de grootste klap op, en op het moment dat de
zuiger weer naar boven klimt, blaast dat het tijdelijk opgeslagen
mengsel weer uit zijn buik het carter in. Uiteraard kan deze vinding
een toepassing vinden op alle tweetaktmotoren.
Het tweede Japanse nieuwtje is een
dubbel werkende (two leading shoe) achterrem op een YZM 250. Daarbij
vragen wij ons in eerste instantie wel af of dat nou allemaal zo
nodig moet.

Het systeem van de twee oplopende
remschoenen heeft, zoals bekend, als voordeel dat het remvermogen
aanzienlijk toeneemt.
Maar is een crossmachine gebaat bij een hoogvermogende achterrem?
Wij dachten eigenlijk van niet. Het zou natuurlijk óók kunnen dat de
opstelling op de ankerplaat van de twee remsleutels helemaal afwijkt
van de conventionele methode.
Stel dat de remsleutel niet de
remschoenen aan de oplopende kant naar buiten drukt, maar aan het
af/opende einde. In dat geval wordt er inderdaad een fantastische
(achterrem) karakteristiek bereikt. Gezien de draairichting van de
sleutel is het dan wel nodig dat die dan niet aan het eind van de
remschoen zit, maar aan de binnenkant ervan.
Can-Am Bombardier viertakt
In Augustus van het jaar 1970 bracht de Canadees Ron Mathews een
zeer bijzondere machine aan het starlhek van één van de races uit
een serie uitwisselingen tussen Canadese en Amerikaanse
motorcrossers.

Het was een Can-Am, uitgerust met een
viertakt ééncilinder motor van Bombardier. Hoewel er nog geen
technische gegevens beschikbaar waren op dat moment, wisten insiders
al dat de boring en de slag gelijk waren aan die van de Honda XR 500
(89 X 80 mm). In de kop zaten vier kleppen, die door één enkele
bovenliggende nokkenas werden bediend, terwijl er twee
uitlaatbochten gemonteerd waren.
Ook op andere punten leek de Bombardier viertakt veel op de XR van
Honda, doch op één belangrijk punt was het blok anders, namelijk de
aandrijving van de nokkenas. Die geschiede bij deze fiets met behulp
van een getande riem aan de linkerkant van het blok.
Het lag in de bedoeling om vijftig van deze kieppenfietsen te
produceren, maar insiders weten inmiddels wel dat dit blok later
gemonteerd werd in de KTM viertaktcrosser, waarmee ook in ons land
later grote successen werden behaald.
Kees van der FIN
Met een Grand Prix-overwinning in het
Finse Hyvinkaa en de vier punten die hij in Zweden behaalde, wist de
Brabantse Maico-coureur Kees van der Ven door te stoten naar de
tweede plaats in het eindklassernent van het wereldkampioenschap
motorcross 250 cc.

Bloemenhulde voor
Kees van der Ven in Finland.
Vooral in de tweede helft van het seizoen wist Van der Ven punten te
scoren. Sprak hij na de Belgische GP nog van een verloren seizoen,
in de daaropvolgende GP in Polen kon Kees met een eerste en een
vierde plaats zijn eerste seizoenzege pakken. Vanaf die wedstrijd
wist Van der Ven nog vier mancheoverwinningen te behalen, maar een
onwillige knie en een in het begin van dit seizoen nog niet optimaal
geprepareerde motor, hielden hem er echter vanaf om nog een serieuze
bedreiging voor wereldkampioen George Jobé te kunnen vormen.
De Belgische Suzuki-rijder wist door zijn regelmatige rijden (hij
zat van de 24 manches 10 keer bij de eerste drie), een
puntenvoorsprong van 96 op te bouwen, om zodoende, op nog maar
19-jarige leeftijd, onbedreigd wereldkampioen te worden. Maar liefst
tien verschillende coureurs wisten dit jaar een mancheoverwinning op
hun naam te schrijven, zodat men over een brede top zou kunnen
spreken.
Men zou het echter ook anders kunnen interpreteren door over
helemaal geen top te spreken. Een Rolf Dieffenbach bijvoorbeeld wint
de eerste en de laatste manche van dit seizoen en met nog een
mancheoverwinning in Polen halverwege houdt het met de prestaties
van de Westduitser echter we! op. Dit geldt voor meerdere rijders:
één of twee overwinningen en dan voor de rest geen opvallende
prestaties meer kunnen leveren. Dit doet echter geen afbreuk aan de
spanning die er over het algemeen tijdens de GP's aanwezig was.
Finland-
Na zijn Grand Prix overwinning van vorig jaar, wist Kees van der Ven
ook dit jaar de Grote Prijs van Finland op zijn naam te schrijven.
Deze prestatie bracht een Engelse journalist op het idee om hem in
het vervolg maar Kees van der „Fin" te noemen. Van der Ven kreeg de
overwinning echter niet cadeau, hij moest zich na twee miserabele
starts helemaal naar voren vechten en de eerste en tweede plaats die
hij na beide inhaalraces bereikte, moet dan ook een fantastische
prestatie genoemd worden.
Er had in de tweede manche zelfs nog meer ingezeten, want in de
laatste ronde bezette hij nog even de eerste plaats. Hij dacht dat
Falta op kop reed en dat Laquaye op een ronde gezet was; „Ik ging op
een gegeven moment Faita en Laquaye voorbij en dacht dat ik met
achterblijver Laquaye tussen mij en Falta in wel goed zat. Ik maakte
toen echter nog een foutje waardoor Laquaye mij weer passeerde en
hij tot mijn verbazing als eerste de finishvlag kreeg".
In de eerste manche was het de Belgische Husqvarna-rijder Raymond
Boven die het veld rondenlang aanvoerde, maar door een eerder
opgelopen handblessure het tempo halverwege toch nog moest laten
zakken zodat eerst thuisrijder Tarkonen en later ook Kees van der
Ven hem wisten te passeren.

Goed erbij Raymond
Boven
Kees rekende drie ronden voor het eind ook met Tarkonen af, zodat
hij na vanaf de 29e positie gestart te zijn de eerste manche op zijn
naam schreef. Achter Boven finishten de beide Zweden Berggren en
Wicksell op de vierde en vijfde plaats. Bennie Wilken reed een
sterke race en finishte als zesde.
Henk van Mierlo, de derde Nederlandse rijder, bezette aanvankelijk
een goede zesde positie, maar moest na een valpartij, met de voor
hem gevallen Jobé, genoegen nemen met een plaats in het middenveld.
Direct na de start van de tweede manche was het de S.W.M.-rijder
Jean Claude Laquaye die de leiding wist te nemen en die niet meer
afstond. De Tsjechische, hoe kan het anders, C.Z.-njder Jarosiav
Falta wist lange tijd de tweede plaats te bezetten, maar moest in de
laatste ronde toch de aanstormende Van der Ven voor laten gaan.
De Finse zandspecialist Sundstrom wist beslag Ie leggen op de vierde
plaats, voorde wederom sterk rijdende K.T.M.-rijder Bennie Wilken.
De vijfde en de zesde plaats in deze Grand Prix leverden de
Venko-coureur de derde plaats m het dagklassement op, zodat hij
samen met Kees van der Ven op het erepodium zou hebben gestaan
(indien dat aanwezig was).
Tot één van de grootste pechvogels tijdens de wedstrijd behoorde de
Engelse Maico-rijder Neil Hudson, die tijdens de eerste manche,
waarschijnlijk door één van de vele rondvliegende stenen, zijn in
Beuern reeds gebroken voet opnieuw blesseerde en direct na afloop
van de wedstrijd naar Engeland vertrok om in
Zweden met meer aan de start te verschijnen. Raymond Boven, die de
snelste trainingstijd had, moest in de tweede manche zijn motor met
een kapotte voorrem aan de kant zetten.
De Bulgaar Rangelov, tot voor het begin van de wedstrijd nog op een
tweede plaats in de tussenstand liggend wist zich in deze wedstrijd
niet in de punten te rijden, l n de tweede manche werd hij in de
laatste ronde nog voorbij gereden door zijn teamrnaat Wicksell,
zodat hij op de elfde plaats eindigde.
Zweden
Dat Van der Ven niet alleen in het zand, maar ook op het harde snel
kan gaan bewees hij wel door in het Zweedse Upplands Vasby de
snelste trainingstijd op de klokken te zetten en daardoor mannen als
Hakan Carlq-vist (dfe buiten mededinging aan deze Grand Prix
deelnam) en George Jobé achter zich te laten. Tijdens de beide
manches zat het de jonge Brabander niet mee. Bij de start van de
eerste manche „verzoop" zijn motor en in de eerste ronde viel hij
ook nog een keer van zijn fiets zodat hij als allerlaatste de strijd
moest voortzetten. Hij eindigde in deze manche toch nog als zevende
en bewees andermaal dat een hard circuit hem ook wel ligt.
De tweede manche verliep voor de Bakelse coureur nog onfortuinlijk
Hij kwam na de eerste ronde als tweede door achter Jobé, maar werd
in de tweede ronde nogal hardhandig van de motor gereden door de
latere overwinnaar Jeanne Paul Mingels. De Deen Sören Mortensen kon
Kees niet meer. ontwijken en reed over hem heen, en na het nog een
rondje geprobeerd te hebben hield Van der Ven het voor gezien en
vertrok met pijn over zijn hele lichaam naar het rennerskwartier.
Na de start van de eerste manche waren het Mingels, Jobé en de
thuisrijder Magnus Nyberg die de eerste plaatsen bezetten. Na vier
ronden kreeg Jobé echter een lekke band maar bleef toch doorrijden.
En hoe. Hij reed rondenlang op een derde plaats en wist later, de
eveneens met een lekke band rijdende Carlqvist nog te passeren,
zodat hij zijn stugge volhouden beloond zag met een tweede plaats en
tevens een betere „lekke-bandrijder" bleek te zijn dan de
ex-wereldkampioen 250 cc.
Dieffenbach wist zich naar oen derde plaats te rijden maar kon de
gehandicapte Jobé tijdens een rondenlang gevecht niet voorbijkomen.
Nyberg stuurde zijn K.T.M, keurig naar een vierde plaats, voor zijn
landgenoot Sven Berggren. Bennie Wilken wist in deze eerste manche
een keurige negende plaats te bereiken om zodoende twee punten op
zijn lijst bij te schrijven.
Diezelfde Bennie Wilken was het die in de tweede manche kopstart
pakte. Hij maakte tijdens de eerste ronde een soort pirouette waarna
hij de strijd op een vierde plaats moest voortzetten. De Amerikaanse
Husq-varna-rijder Mike Guerra reed Wilken ook nog een keer uit de
baan, waardoor hij terug viel naar de negende plaats.

Bennie Wilken maakte
in de slot GP's nog heel wat goed.
Maar de Venko-coureur liet zich echter
niet uit het veld slaan en vocht zich op een fantastische manier
terug naar een zesde plaats. Wiiken eindigde dank zij zijn goede
prestaties in Finland en Zweden op een verdienstelijke twaalfde
plaats in de eindstand.
De tweede manche stond eigenlijk in het teken van het gevecht tussen
Jobé en Carlqvist De nieuwe en de oude wereldkampioen vochten een
ronden lang duel uit met tot enkele ronden voor het eind de
Suzuki-rijder op kop. Een kapot achterwiel maakte een voortijdig
einde aan deze spannende strijd, zodat Carlqvist (buiten
mededinging) deze confrontatie won, maar Jobé de morele winnaar was.
Dieffenbach won deze manche voor de wederom sterk rijdende Nijberg
en Mingels. Rangelov wist in deze laatste manche nog wel een zevende
plaats te scoren, maar kon daarmee Van der Ven niet van zijn tweede
plek inde eindrangschikking afhouden.
FINLAND:
Eerste manche: 1. Van dor Ven; 2. Tarkonen; 3. Boven; 4. Wicksel;
5.Bergren, 6 Wilken; 7 Sistonen; 8.Taimi; 9 Sundström; 10.Falta.
Tweede manche: 1. Laquaye; 2. Van der Ven; 3. Falta; 4 Sundström; 5.
Wilken ; 6 Nyberg, 7. Tarkonen, 8. Jobé; 9. Wicksel; 10. Morlensen.
ZWEDEN
Eerste manche: 1. Mingels; 2 Jobé; 3. Diefienbach; 4. Nijberg; 5.
Bergren; 6. Tarkonen; 7. Van der Ven; S.Kristoffersen; 9. Wilken;
10. Mortensen; 22. Van Mierlu.
Tweede manche: 1. Dieffenbach; 2. Nijberg, 3. Mengels; 4 Mortensen;
5. Kristoffersen; 6. Wilken; 7. Rangelov; 8. Niklasson; 9. Tarkonen,
10. Karlsson
EINDSTAND WK 250
1. Georges Jobé (wereldkampioen) 228; 2. Kees van der Ven, 132; 3.
Dirmtar Rangclov, 1 16; 4. Rolf Dietfenbaoh, 96; 5. Raymond Boven,
95; 6. Jean-Claude Laquaye, 88, 7. Jaroslav Falta, 80; 8, Eric
Sundström, 70; 9. Jean-Paul Mingeis, 67; 10. Matti Tarkonen, 55; 11.
Fntz Köbele, 54; 12. Vladimif Kavinov, 45; 13. Bennie Wilken, 45;
14. Patrick Fura, 41; 15. Jan Kristoffersen, 39; 16.Gennady Moisseev,
39; 1 7. Magnus Nijberg, 36; 18. Neil Hudson. 33; 19. Sören
Morlensen, 32; 20. Kent Howerton, 30; 21 Darrél Schullz, 20; 22.
Henk van Mierlo. 15; 23 Rolf Wicksel, 14; 24. Leif Nicklassun, 13;
25."Mike Guerra, 12;
19-07-2010
een rondje langs de (cross) velden in 1980.
Dertig jaar geleden was er allerhande te
beleven en we vonden in ons archief de volgende onderwerpen.
 |
| Cees van
der Ven was op dreef. |
V.D. VEN WINT GULPEN
Door beide manches van de 250 cc kampioenscross in het
Zuid-Limburgse Gulpen als winnaar te beëindigen, heeft Kees v.d. Ven
zijn Nederlandse titel voor de derde achtereenvolgende keer behaald.
De man uit Bakel schijnt zo langzamerhand een overwinningspatent te
hebben aangevraagd, want Kees is dit jaar onstuitbaar.
Bennie Wilken
greep in de eerste manche een tweede plek, maar kon in de tweede
reeks niet scoren, zodat Peter Groeneveld met een derde en tweede
positie in de totaalstand achter V.d. Ven maar voor Dinand Zijlstra
eindigde.
KAMPIOENSCROSS125 CC APELDOORN
De tropische hitte was er debet aan dat een handjevol bezoekers in
het Orderbos in Apeldoorn aanwezig was waar de motorclub VVR een
kampioenscross voor de 125 cc hield.
Deze hitte was er tevens oorzaak van dat veel rijders het zó benauwd
kregen dat ze de strijd moesten staken.
Henk Seppenwoolde uit Rijssen echter scheen hier geen last van te
hebben; hij won beide manches met grote overmacht. Hij kreeg deze
overwinning echter niet cadeau.
In de eerste manche was het de goed gestarte André Sprengelmeier die
vijf ronden lang het veld aanvoerde, gevolgd door Frans van de
Waarsenburg. Henk Seppenwoolde die van een achtste plaats moest
komen, nam in de zesde ronde de kop over om deze niet meer af te
staan.
Hij finishte als eerste, tweede werd Eric van Essen uit Zeist en als
derde ging Eddie Meurs over de streep. Hij werd echter voor deze
manche gediskwalificeerd nadat de technische commissie had ontdekt
dat zijn wielassen uit titanium bestonden. Hetzelfde lot was ook de
rijder Ed Floris uit Papendrecht beschoren.
Het KNMV reglement verbood in die jaren het gebruik van deze
metaalsoort bij wedstrijdmotoren en dat moesten de rijders dan maar
eens weten, aldus één van de heren officials.
In de tweede manche was het de snel gestarte Johnny Ponjeé uit Nieuw
Bergen die twee ronden lang aan kop reed doch in de derde ronde nam
Eddie Meurs, nu met stalen assen, de leiding over.
Hij werd echter in de achtste ronde naar de tweede plaats verwezen
door de nu op een goede derde plaats gestarte Henk Seppenwoolde, die
ook deze tweede manche op zijn naam wist te brengen en zo de volle
winst bij zijn kampioenspunten kon bijschrijven.
Tweede werd Eddie Meurs en de strak sturende Johnny Ponjeé eiste de
derde plaats voor zich op. In de eerste manche was Ponjeé
uitgevallen.
Opmerkelijk was het rijden van Eddy Looman uit Zelhem, die, nadat
hij in de eerste manche viel, op een 32e plaats opnieuw moest
beginnen en toch nog op een negende plaats eindigde. In de tweede
manche finishte hij als twaalfde.
In deze week ook een Nationale Motocross in Borculo, waarvan we
helaas enkel de uitslagen bezitten.
125 cc junioren groep C: 1. Eddy Looman; 2. Gerard Uittewilligen; 3.
Gert Berghorst; 4. G. Dekker; 5. A. v. d. Berg; 6. Evert Koldenhof;
7. E Scholten; 8. E. v. Luttikhuizen; 9. J. v. Susschoten; 10. J.
Steyn; 11. H. Kromdijk; 12. B. Koetsier; 13. E. v. Manen; 14. J.
Lucassen; 15. F. Sesink; 16. J. Uittewilligen; 17. K. Rutgers; 18.
R. Oostering; 19. T. Remmehoek; 20. H. Pol; 21. G. Bos; 22. H.
Wessels; 23. R. Rijnsen; 24. J. Nieuwenhave; 25. R. Willems; 26. W.
Arendsen; 27. J. Winkelman; 28. H. Hendriksen; 29. E. Wessels; 30.
A. Ribbers.
250 cc junioren groep B: 1. A. v. d. Brink; 2. J. Woessink; 3. D.
Woessink; 4. H. Keerrink; b. J. Klaayssen; 6. E. Looman; 7. R.
Elting; 8. L. Moulijn; 9. E. Berondsen; 10. J. Boom; 11. G.
Willemsen; 1 2. D. Vos; 13. T. Koopman; 14. B. Potterman; 15. J.
Koop; 16. H. Paradijs; 1 7. G. Berendsen; 18. W. Mennink; 1 9. W.
v. Wierden; 20. J. Westerveld; 21. H. Koetsier; 22. B. Wissing; 23.
G. v. d. Brul; 24. E. v. Asselt; 25. H. Makkink; 26. F. Lammers; 27.
W. v. Voorst; 28. E. Boesveld; 29. E. Buitenhuis; 30. J. Bekker; 31.
J. ten Molder.
500 cc senioren: 1. E. v Meurs; 2. R. v. d. Made; 3. F. Nijhof; 4.
P. v. Engelen; 5. J. Oosterink; 6. H. Wullink; 7. M. v. d. Berg; 8.
K. Vermeys; 9. J. de Haan; 10. D. Gouweleeuw; 11. T. Haaker; 12. H.
Barendregt; 13. A. Hessink; 14. H. Polsvoort; 15. H. Koops; 1 6. A.
Brouwer; 1 7. S. Schram; 18. B. v. Duimen; 1 9. A. Voessenek; 20. A.
Bos; 21. S. v. d. Sluis; 22. G. Polsvoort.
07-07-2010
AVONDCROSS HEERLEN
Roger DeCoster had zich vast voorgenomen
ook de vorige week woensdag verreden woensdagavondcross in Heerlen
op zijn naam te brengen. Dat zou een hattrick betekend hebben, want
ook de twee voorgaande Heerlense crosses besloot de Belg met een
zege.
Maar het moet hem goed gebleken zijn dat voor het behalen van de
dagoverwinning van een in drie manches verdeelde wedstrijd een
overwinning alleen niet het voornaamste is, doch regelmatige hoge
scores.
 |
| Ivan van
den Broeck, winnaar van Heerlen. |
Kijk maar naar Hakan Carlquist. De Zweed
bracht de eerste en de tweede manche op zijn naam, doch in de tweede
manche zag hij de finish niet nadat hij na een schermutseling met
zijn teammakker André Vromans halverwege de race het rennerskwartier
opzocht.
Hij komt in de einduitslag niet voor, omdat je je daarvoor drie maal
moet klasseren. Twee vijfde en een eerste plaats waren voor Roger
DeCoster niet genoeg om te winnen. Daar was nog meer voor nodig. En
tot die uitstekende prestatie kwam Ivan van den Broeck, de Belgische
Maico-coureur waarvan wij de indruk hebben dat hij pas nu, in zowel
dit soort wedstrijden, alsook in de GP's, los begint te komen.
Zag Roger DeCoster met zijn klasseringen elf streepjes achter zijn
naam geschreven, Ivan van den Broeck wist zijn score tot slechts
negen punten te beperken, het gevolg van een tweede, een derde en
een vierde plek.
Al na de tweede manche werd duidelijk dat Ivan de dagoverwinning op
zijn naam kon schrijven als hij vóór DeCoster zou eindigen. Geen
wonder dan ook dat alle 20.000 ogen gericht waren op de strijd
tussen die twee rijders.
Hoewel het bij start en in de eerste ronden niet leek dat het tot
een rechtstreeks duel tussen de twee zou komen, zou daarin later het
één en ander veranderen. Roger DeCoster, die een kopstart maakte,
terwijl Ivan van den Broeck pas als achtste vertrok, zakte dooreen
paar kleinere probleempjes al snel een aantal plaatsen af; in de
richting van de verwoed vechtende Van den Broeck.
De twee kwamen bij elkaar, Van den Broeck wist zich voor de
Honda-rijder te worstelen en op dat moment begon het. DeCoster
stelde alles in het werk om zijn landgenoot achter zich te krijgen,
terwijl Ivan op zijn beurt weer z'n best deed om dat te voorkomen.
Het logische gevolg: een spannend duel. Het slot van het liedje: Van
den Broeck won, en bracht daarmee Heerlen op zijn naam.
Uit de kunst
 |
| Oei,
bijna. Een moeilijk moment voor Brad Lackey. |
Uit de grote kunst, eigenlijk, is de
kwaliteit van het rennersveld dat organisator Arno Bosch naar
Zuid-Limburg had weten te krijgen. Zelden, we geloven eigenlijk nog
nooit, zagen we in een internationale wedstrijd zo'n attractief
rennersveld bijeen.
Wat dacht u van mannen als DeCoster, Carlqvist, Vromans, Van den
Broeck, Jobé (de kersverse wereldkampioen), Lackey, Malherbe, Van
Velthoven, aangevuld met de hele (nog in tact zijnde) vaderlandse
top?
En nog belangrijker dan een goed
rennersveld: er werd werkelijk hard gereden, door iedereen. Heerlen
mag zich door deze prestatie, en die van voorgaande jaren, zo
ongeveer één van de beste crosses van ons land noemen.
De eerste manche werd overtuigend
gewonnen door Hakan Carlquist. De Zweed leidde van start tot finish.
Ivan van den Broeck werd tweede, terwijl de kersverse en op het
laatste moment gecontracteerde wereldkampioen 250 cc Georges Jobé
derde werd na een matige start. De als zesde gestarte Jaak van
Velthoven werd vierde, terwijl Roger DeCoster de vijfde klassering
opzijn naam bracht.
André Vromans komt in het verhaal van de openingsmanche niet voor.
Bij de start viel de naar de wereldtop doorgestoten Belg, later in
de wedstrijd maakte hij andermaal kennis met de Limburgse bodem en
kort daarna besloot hij tot opgave.
Jean Jacques Bruno kwam in een
uitstekend gereden eerste manche niet verder dan een paar ronden
voor het eind (op de tweede plaats), terwijl de uitvallers van
Nederlandse origine Toon Karsmakers (op de vooravond van zijn
verjaardag), Frans Sigmans en Bennie Wilken heetten.
Meer spanning gaf de tweede manche te
zien. Roger DeCoster maakte de snelste start, werd even later van
zijn leiderspositie verdrongen door Hakan Carlquist, hij even daarna
weer door teamgenoot Vromans, en die moest in de slotfase van de
strijd zijn meerdere erkennen in DeCoster, die dus won.
Vromans bleef twee, Ivan van den Broeck zette een vijfde plaats bij
de eerste doorkomst om in een derde eindklassering, terwijl Brad
Lackey (voor het eerst met White Power demper in zijn Kawa) zijn
vierde startplaats tot het einde toe behield.
Op de plaatsen vijf en zes finishten Jaak van Velthoven en Kees van
der Ven. Laatstgenoemde was nog maar net op tijd terug uit de
States, waar hij een GP reed.
De derde manche werd weer een overwinning voor Carla, terwijl
Vromans hierin voor de tweede keer tweede werd. Fransman Bruno
zorgde voor zijn eerste klassering en werd derde, terwijl Ivan van
den Broeck voor Roger DeCoster derde werd.
Jobé komt in deze uitslag niet voor
omdat de wereldkampioen zijn linkerarm tijdens het rijden
blesseerde. Beste Nederlander werd Kees van der Ven, die vijfde
werd.
Totaal uitslag: 1 Ivan van den Broek 2.
Roger deCostër; 3. Jaak van Velthoven; 4. Brad Lackey; 5 Kees van
der Ven; 6 Gerrit Wolsink; 7. Andre Massant; 8; Raymond Heeren; 9.
Pierre Lassaut; 10. Gilbert de Roover; 11. Math Hensen; 12. Jacques
Verwaayen; 13. Gieljo van Zoggel; 14. Peter van de Nïeuwenhof.
Klasse 125 cc jun. groep D: 1 Piet Rutten; 2.Sjef Maas; 3. Thïjs
Rutten; 4. Corrie van de Hoek; 5. Jaap Dirks; 6. Alphons Haaker; 7.
Henk Schoenmakers; 8. Jack Walvooft; 9 Kamstra; 10, Graventstein;
11. Davids; 12, Stougie; 13. Marcel Davids; 14. De Groot; 15. v.
Weelde; 16, De Wit; 17 De Jong; 18. Hulsman; 19. Zonneveld; 20.
Poppe.
Klasse 250 cc jun. groep C: 1 Mike Omtzigt 2. Vincet Haaker; 3.
Frans Haaker; 4. Willem Jan Verdoold; 5, Hans Bos; 6. Jan Droog; 7.
Goertz; 8. Verton; 9, v. Dommelen; 10. v.d. Pol; 11. v. Eijnden; 12.
Bakker; 13. Koolhaas; 1 4. Berkesteijn; 15. v.d. Sande; 16. Groen;
17. De Kunder; 18, Mol; 19. Smith; 20. Meulmeester.
07-07-2010
GP 250 HENGELO
Kees van der Ven heeft het afgelopen weekend op een meer dan
fantastische wijze de GP van Nederland in de 250 cc klasse op zijn
naam weten te schrijven.
 |
| Kees van
der Ven, oppermachtig |
De coureur uit het Brabantse Bakel wist in het regenachtige Hengelo,
voor maar 6000 toeschouwers, met ruime voorsprong op respectievelijk
Bennie Wilken in de eerste en de Fin Sundström in de tweede manche,
beide manches met ruime voorsprong te winnen en steeg daardoor in
het tussenklassement voor de wereldtitel van de zevende naar de
derde plaats achter George Jobé en Dimitar Rangelov.
Ook de Nederlanders Bennie Wilken en Henk van Mierlo leverden een
goede prestatie. Wilken werd in de eerste manche na aanvankelijk
lange tijd op kop te hebben gereden keurig tweede.
In de tweede manche sloeg de pechduivel
opnieuw toe bij Wilken, na als laatste gestart te zijn, liep ook
zijn ketting er nog een paar keer af zodat de Venkorijder zijn KTM
gedesillusioneerd aan de kant moest zetten.
Henk v. Mierlo finishte in de eerste manche als zesde om daarna in
de tweede manche een fantastische derde plaats te bereiken en
daarmee bewees dat hij wel degelijk een plaats in het Grand Prix
gebeuren verdient.
1e manche
 |
Bennie
Wilken, prima
tweede in de eerste manche. |
Direct na de start waren het de beide
Nederlanders Wilken en Van der Ven die de eerste posities bezetten
gevolgd door de Belgen Wasielewsky en Jobé en Henk v. Mierlo op de
vijfde plaats.
Wilken wist in het begin van de
wedstrijd nog van Van der Ven weg te lopen maar moest halverwege
toch zijn meerdere in zijn landgenoot erkennen.
Wasielewsky zakte na een valpartij terug
naar de achtste, zodat de weg vrij kwam voor Jobé, die de derde
plaats bezette en daarmee 10 punten kon scoren.
V. Mierlo bezette nog een tijdje de vierde plek maar moest later de
beide Finnen Sundström en Tarkonen voor laten gaan. Van der Ven
bouwde zijn voorsprong op Wilken uit tot 25 seconden om met een
wheelie zijn overwinning te vieren.
Ook Wilken ging na pure vreugde op zijn achterwiel over de finish,
waarna men in het Nederlandse kamp al een klein feestje kon gaan
vieren.
Jobé hield de derde plaats voor de beide
Finnen Sundström en Tarkonen die tot de laatste ronde een verbeten
gevecht leverden om de vierde en de vijfde plaats.
Tweede manche
 |
| Erki
Sundström reed sterk in het Hengelose zand. |
Ditmaal was het Erki Sundström die de
eerste plaats na de start wist te pakken gevolgd door Van der Ven,
V. Mierlo, Raymond Boven en Jobé. Wilken werd na de start gehinderd
en moest als allerlaatste de strijd voortzetten.
Na twee ronden was het Van der Ven al gelukt om Sundström te
passeren om daarna met speels gemak van zijn tegenstanders weg te
lopen. Henk v. Mierlo wist op een fantastische wijze Jobé, Mingels
en Boven achter zich te laten.
Met deze derde plaats en de zesde van de
eerste manche kon Henk vijftien punten scoren om zodoende meteen de
achttiende plaats in de tussenstand in te nemen.
George Jobé scoorde met zijn vierde plaats acht punten en komt
daarmee op een totaal van 179 punten. Zijn grootste concurrent in de
strijd om de wereldtitel de Bulgaarse Husqvarna fabrieksrijder
Dimitar Rangelov kon in Hengelo geen punten scoren.
De sympathieke Bulgaar had de week
ervoor tijdens een cross in Den Dungen zijn jukbeen gebroken, hij
kwam in de eerste manche desondanks toch aan de start maar moest al
na enkele ronden wegens hevige pijn het rennerskwartier opzoeken.
Rangelov kon zodoende niet scoren
waarmee de voorsprong van Jobé is opgelopen tot 67 punten, zodat de
titel de Belgische Suzuki rijder bijna niet meer kan ontgaan.
 |
|
Ongetwijfeld de snelste: Kees vd Ven. |
Kees van der Ven bezet na de Nederlandse
Grand Prix de derde plaats en heeft nog maar een achterstand van 25
punten op Rangelov. Met de Grand Prix van Amerika, Finland en Zweden
nog voorde boeg kan de strijd om de tweede plaats achter Jobé nog
zeer spannend worden.
In het bijprogramma streed de vaderlandse top van de 500 cc om de
intussen legendarisch geworden „coupe het Zand". In de eerste manche
was het Gerard Rond die met een voorsprong van 3 seconden op
thuisrijder Gerrit Wolsink de eerste plaats voor zich opeiste.
Toon Karsmakers legde beslag op de derde plaats voor Klaas Poppinga
en Giljo v. Zoggel. De Gemertse coureur Peter Herlings kwam na een
goede inhaalrace ongelukkig ten val en moest met een onderbeenbreuk
naar het ziekenhuis vervoerd worden.
Na zijn blessures van vorig jaar leek
het met de jonge Maico-coureur weer uitstekend te gaan, maar pech
blijft de sympathieke Herlings achtervolgen.
De tweede manche werd gewonnen door Klaas Poppinga met wederom
Wolsink op de tweede plaats, terwijl Rond na een slechte start derde
werd.
Gerrit Wolsink en met hem. vele anderen,
was er van overtuigd dat hij de wedstrijd gewonnen had en zodoende
de coup het Zand definitief mee naar huis mocht nemen, de jury
besliste echter anders door het nationale puntensysteem toe te
passen, waardoor Rond tot overwinnaar werd uitgeroepen.
Hij is er nog hoor !!
Foto's: Chris Schotanus
In 1975 was Henk Thuis van het legendarische White Power Suspensions
veelvuldig op de circuits te vinden. Thuis was in die tijd ook
regelamtig zelf nog onderweg op de brommer.
Inmiddels is Henk Thuis 65 jaar, maar met pensioen gaan zit er niet,
want de energieke Thuis racet liever in de BOSS GP. ,,Dit is veel
beter dan de AOW’’, lacht de autosportman in hart en nieren.

Henk Thuis is een bekende verschijning op de racecircuits geworden.
Zo is hij bijvoorbeeld met zijn bedrijf Intrax verantwoordelijk voor
de ontwikkeling van de raceauto van de Suzuki Swift Cup.
Henk Thuis is ondanks zijn niet piepjonge leeftijd nog altijd erg
fit. ,,Dus de rechtervoet gaat nog steeds naar beneden’’, geeft hij
zijn drang naar het gaspedaal aan. Dus wat is er dan mooier om mee
te doen aan de BOSS GP? ,,Dat is inderdaad een giga-sensatie!’’,
vertelt Thuis tijdens de Masters of F3 op Circuit Park Zandvoort vol
vuur.
Thuis kwam pas op latere leeftijd in de autosport terecht. ,,Ik heb
eerst vanaf mijn 26ste liefst twintig jaar in de motorcross
gereden’’, legt hij zijn eeuwige drang naar snelheid uit.
,,Vervolgens heb ik één jaar pauze genomen. Maar als je zoals ik
benzine door de aderen hebt lopen, is afstand nemen van de circuits
heel moeilijk. Vervolgens ben ik overgestapt naar het racen op vier
wielen. Mijn honger naar meer en meer pk’s voel ik nog steeds.’’
Tegen het einde van zijn White Power Suspensions periode ontwikkelde
de interesse en liefde van Henk voor auto onderstellen steeds meer.
De betrokkenheid bij de F1 wereldkampioenschappen van Benetton en
Michael Schumacher, gecombineerd met het autoracen dat Henk zelf op
dat moment deed, deden Henk besluiten een nieuw bedrijf op te
starten dat zich zou gaan concentreren op “high-end” auto
ondersteltechniek. De start van “Intrax Racing” is een feit.
Meer over Henk Thuis hier
14-06-2010.
Het nieuws in week 24.
We geven u eens een overzicht van het
nieuws in week 25 in 1980.
Groeneveld vijfde.
In het Tsjechische Dalecin werd Peter Groeneveld in de tweede manche
van de 125 GP vijfde. Dinand Zijlstra werd zevende in dezelfde
manche. Mitsuyasu en Geboers deden het prima en wisselden de eerste
en de tweede plaats in de twee manches.
De eerste manche gaf het volgende beeld: Mitsuyasu, Geboers, Rinaldi
en Mini.
De tweede: Geboers, Mitsuyasu, Suzuki, Nani, Groeneveld, Rinaldi en
Zijlstra.
Na acht wedstrijden stond het er voor de wereldtitel als volgt voor:
1. Rinaldi, 108; 2. Geboers, 103; 3. Everts, 101; 4. Mitsuyasu, 99;
7. Groeneveld, 54.
GP 250 Engeland.
De Nederlanders hebben het in Engeland prima gedaan. Niet alleen won
Kees van der Ven de eerste manche in Hawkstone Park, maar bovendien
reed Bennie Wilken naar een derde en zesde plaats! In de tweede
manche viel Van der Ven van kop uit met een vastloper. Wilken lag
toen drie, maar stootte zijn voet en viel terug naar de al genoemde
zesde positie.
Zijspan GP in België.
De Belgische zijspan GP is er één geweest van ordeloze rijders. In
de eerste manche zagen de mannen door een gigantische
stofontwikkeling geen hand voor ogen, terwijl in de tweede zowat de
combinaties van de baan spoelden.
In de daarbij ontstane opwinding reed tot overmaat ook de Brit Fox
het publiek in, waarbij een toeschouwer zwaar gewond raakte.
Den Biggelaar en Van de Bijl deden het prima, want zij behaalden in
de eerste manche een tweede plaats. Van Gastel met Hurkmans reden
zich twee keer naar de zevende positie.
GP 500 in de USA
Voor de eerste keer in de tienjarige geschiedenis van de Carlsbad
Raceway heeft een Amerikaan de 500 cc Grand Prix daar op zijn naam
geschreven.
Afgelopen zondag sloot de uit het nabijgelegen San Diego afkomstige
Marty Moates op Yamaha beide manches als winnaar af.
Lijstaanvoerder André Malherbe zag door pech in geen der beide
manches kans punten te behalen. Zijn voornaamste rivaal Brad Lackey
leek daardoor hernieuwd de leiding in de tussenstand te kunnen
pakken, maar ook de Amerikaan werd door pech geplaagd. In de eerste
race werd hij nog zesde, maar in de tweede manche zag Lackey de
finish niet.
Gerard Rond, die in de eerste manche na een val samen met zijn
ploegmakker Jean Jaques Bruno niet scoorde, maakte in de tweede race
erg veel goed, door zich als tweede te kwalificeren. Gerrit Wolsink
reed de eerste manche uit op de 16e plek, terwijl de vijfvoudige
Carlsbadwinnaar in de tweede wedstrijd geplaagd werd door
machineproblemen.
Herlings wint in Loenen.
Ruim 1500 motorcrossliefhebbers, waren getuige van boeiende
gevechten bij de 500 cc senioren en internationalen op het circuit
de Vrijenberg van de motorclub Loenen.
Dat Toon Karsmakers uit Waalre een van de sterkste van dit uit 25
gestarte rijders bestaande gezelschap was liet hij duidelijk blijken
door in de eerste manche als eerste door te komen, met in zijn
kielzog de goed gestarte seniorrijder René vd Made uit Oosterhout.
In de vijfde ronde echter wist de op de vijfde plaats gestarte Peter
Herlings de tweede plaats over te nemen. De vanuit het middenveld
komende Klaas Poppinga wist zijn Maico zo de sporen te geven dat hij
bij de koplopers terecht kwam en op een verdienstelijke derde plaats
eindigde.
In de laatste ronde wist Peter Herlings toch nog Toon Karsmakers te
passeren en schreef zo deze manche op zijn naam. Eddie Meurs werd
goede vierde.
De tweede manche leek een regelrechte overwinning voor Toon
Karsmakers te gaan worden door van start tot vlak voor de finish het
heft stevig in handen te nemen. Maar in de voorlaatste ronde gooide
een valpartij vaneen paar achterblijvers roet in het crosseten.
Bij het uitwijken kwam Karsmakers buiten de baan terecht en sneed
hij al of niet moedwillig een stuk van de baan af, juist onder het
toeziend oog van een sportcommissaris. En dat had diskwalificatie
tot gevolg.
Eerste werd nu Peter Herlings terwijl Klaas Poppinga op de tweede
plaats eindigde. Senior van de Made eindigde nu als derde, terwijl
Frans Sigmans de vierde plaats voor zich opeiste.
Bij de 125 junioren brak de gedoodverfde winnaar Erik Looman tijdens
de training zijn sleutelbeen. Winnaar werd nu Gert Berghorst uit
Heerde.
Tussenstand Junioren 125cc.
Vaak krijgen we ook vragen naar standen
en dergelijke. We weten dat we een hele berg lieden een plezier
hiermee doen, want vaak duiken er dan namen op die men inmiddels
bijna zou zijn vergeten.
In de Junioren 125cc hadden we in de jaren 1980 bij de KNMV vier
groepen die knokten in vier verschillende divisies in ons land . Op
het eind van het jaar mochten dan de besten zich meten in degradatie
promotiewedstrijden.
|
De stand na wedstrijden in St Anthonis, Valkenswaard, Made,
Axel en ter Aar was in de Zuid westelijke groep D:
1 Ruud Buckner.
2 Piet Rutten.
3 Hans Boer.
4 Kees Hachmang.
5 Jaap Jan Davids.
6 Corrie v. d. Hoek.
7 Rene Leeflang.
8 Daan Haaring.
9 Dick Walvoort.
10 Rob Boer.
11 Marien van Wijk.
12 Alphons Haaker.
13 Theo van Hoevelaken.
14 Thijs Rutten.
15 Johan v. d. Vlies.
16 Dick Kamstra.
17 Hans Gravesteyn.
18 Peter Stougie.
19 Marcel van Hoeven.
20 Eddie Kagchel.
21 Bart Bierhuis.
22 Gerard Hoogervorst.
23 Roel vd Veen.
24 Hans Krumpelman.
25 Frans Jan Vos.
26 Gerrit van Weelde.
27 Willem de Wit.
28 Ben Roos.
29 John de Groot. |
In de noordelijke groep A had
men gereden in Roden, Norg, Vriezenveen, St Isidorushoeve,
Holten en Staphorst. De stand hier:
Henny Lensen
1 Peter v. d. Warf
2 Johan Besselink
3 Jan Tuin
4 Peter v. d. Heyden
5 Geert Luxwolda
6 Robert Schuitema
7 Max v. d. Zee
8 Henk Enting
9 Harrie Steenbergen
10 Albert Jan Bos
11 Wim Roozendal
12 Dick Nieboer
13 Albert Kolthof
14 Jan Boer
15 Koos v. d. Wal
16 Roelof Barels
17 Theo Karnebeek
18 Jan Hagedoorn
19 Eric Möhlmann
20 Johan van Veen
21 Roelof Koekoek
22 Henk Zwols
24 Arie Knoppert
24 Frits Stuut
25 Teun Marissen
26 Jan Gerrit Wiering
27 Jan Oude Avenhuis
28 Herman Omvlee
29 Wieb Wollerick |
|
De Groep Oost was al aan de bak geweest in: Wijchen, St
Isidorushoeve, Harfsen, Doetinchem en Lienden. Hier de
stand.
1.Evert Buitenhuis
2.Dick Woessmk
3.Frido Lauwers
4.JanWoessink
5.Anjo van den Brink
6.Gerard Willemsen
8.Paul Botteram
9.Jan Pieter Bessels
10.Theo ten Hove
11.Erik van Asselt
12.Eddy Looman
13.John Ruitenbeek
14.DickVos
15.Paul Overbeek
16.Wim van Wieren
17.Eric Berendsen
18.Leo Moulijn
19.Wim Mennink
20.Hans Ramselaar
21.Teun den Houdijker
22.Henk Wassink
23.Jan Koop
24.Albert Ensing
25.Jan Schuring
26.Antoon Reukers
27.Gerard Seesing
28.Theo Migchelbrink
29.Eric Mulder
30.Kees Neervoort |
In de Groep die veelal bestond uit rijders uit het westen
van ons land zag de stand er zo uit.
1.Jaap Haaker
2.Frans Haaker
3.Floor van Dommelen
4.Vincent Haaker
5.Peter Nieland
6.Jaap Verton
7.Ferne Oskam
8.Johan van Berkesteyn
9.Willem Jan Verdoold
10.Frans v. d. Sande
11.Hans Bos
12.Adrie Hoogeveen
13. Guus Mol (ja de Guus Mol van de
Crossverkoop)
14.Peter de Kunder
15.Kees Boer
16.Hans van Wijk
17.Mike Omzigt
18.Frans Sarton
19.Jan Bakker
20.John Voss
21.Marco van Rees
22.Bert de Wit
23.Arie v. d. Pol
24.Rob v. d. Sande
25.Willie Busschoten
26.Louis Murre
27.Jaal Meulmeester
28.Martin v. d. Burg
29.Jan Koolhuis
30.Henk v. d. Lugt |
De lijsten zijn niet compleet omdat hier enkel de rijders zijn
opgelijst die meer dan 88 punten behaalden.
07-06-2010.
KAMPIOENSCROSS 125 STAPHORST.
Voor het eerst dit jaar traden de heren coureurs in de
internationale 125 cc categorie tegen elkaar in het strijdperk. De
eerste kampioenspunten voor het nieuwe jaar zouden er verdeeld gaan
worden.
Al snel bleek dat Peter Groeneveld en Dinand Zijlstra, die aan het
begin van het jaar besloten voor de nationale titel uit te komen in
de kwartliter-categorie, niet werden gemist.
Henk Seppenwoolde en de KTM-coureur Eric van Essen bleken óók voor
de nodige spanning te kunnen zorgen, terwijl we Eddy Meurs, die in
Staphorst door pech geplaagd werd, dit tweetal in de loop van het
seizoen ongetwijfeld nog regelmatig goed partij zal gaan bieden.
Meurs namelijk zag al vrij snel na het vallen van het starthek kans
om snelstarter Koos Mulder van zijn eerste plaats te verdrijven,
maar toen de zoon van de TGM importeur later in de race een
achterblijver verkeerd begreep (of andersom natuurlijk), werd hij
tegen een boom gereden.
 |
|
Seppie volgas in
Staphorst. |
Henk Seppenwoolde won de eerste manche, maar pas nadat hij in een
gevecht op leven en dood Eric van Essen achter zich had weten te
krijgen. Van Essen bleef die tweede plaats tot aan het vallen van de
vlag behouden, terwijl Johnny Ponjée en Koos Mulder bewezen dat het
breken van een been geen handicap hoeft te zijn om een tijdje later
een goede race te rijden.
Zij eindigden respectievelijk als derde en vierde. Maar niet alleen
die twee coureurs gaven er blijk van stugge doordouwers te zijn, ook
Eddy Meurs kan daar iets van. Nadat de lange TGM-man kennis had
gemaakt met die boom, kwam hij opnieuw terug. Meurs eindigde als
vijfde, een prestatie van formaat.
Kawasaki rijder Jan van de Brom wist een fel vechtend groepje van
vier man, bestaande uit Vonk, Den Hoek, Van Veghel en Verstegen,
goed voor te blijven, en hij finishte met zijn Unitrak als zesde.
Tweede manche
Ook de tweede manche werd op naam gebracht door Henk „Seppie"
Seppenwoolde. In deze manche was de grootste pechvogel Leo Moulijn,
die eerst zijn kopstart moest verruilen tegen een vijfde klassering,
om in de achtste ronde met een defecte versnellingsbak voorgoed uit
de strijd te worden geworpen.
De show werd gestolen door Theo Bouw. Hij stuurde zijn Cagiva vanaf
de 21e plaats door het veld heen naar de vijfde klassering. Verder
kwam de Brabander niet, want op de plaatsen twee, drie en vier zaten
de mannen die ook in de eerste race al bewezen dit jaar tot de top
van de 125 cc categorie te behoren: Van Essen, Ponjée en Mulder.
De plaatsen achter Bouw werden bezet door de gepromoveerde junior
Ruud den Hoed, de Honda rijder bleek de langste adem te hebben van
het groepje dat achter hem eindigde, namelijk Albert Ensing, Jacky
Janssen, Eddy Looman en Eric van Veghel.
Opvallende nieuwkomers in de top van de 125cc in die dagen waren:
Koos Mulder uit Ommerlanderwijk. Johnny Ponjée uit Nw Bergen, Albert
Ensing uit Apeldoorn, John Hensen en ene snotneus genaamd Gert Jan v
Doorn.
We zouden nog veel van deze heren horen in de komende jaren
Het bijprogramma herbergde de 250 en 500 junioren.
Harrie Hensen won, evenals zijn serie, het dagklassement bij de
kwartliter junioren. Jan Tuin en Peter van den Warf bezetten de
plaatsen twee en drie. De klasse 500 cc werd op naam gebracht door
Willy Führer, die zijn concurrenten Hofman en Van Wijk op de twee
hoogste plaatsen achter zich zag eindigen.
EERSTE MANCHE: 1. Henk Seppenwoolde, Honda 2. E v. Essen, KTM; 3. J.
Ponjé, Honda; 4. K. Mulder KTM; 5. E. Meurs, TGM; 6. J. v.d. Bron,
Kawasaki; 7. A Vonk, KTM; 8. R. den Hoek, Suzuki; 9. E. v. Veghel,
Ya maha; 10. P. Verstegen, Suzuki; 11. M. Omzigt; 12 T. Bouw; 13. J.
Janssen; 14. A. v Lieshout; 15. G. J. v Doorn; 16. J. Hensen; 17. A.
Sprengelmeier; 18. M. v. Rees; 19. P. Gerlag; 20. E. Looman.
TWEEDE MANCHE: 1. H. Seppenwoolde; 2. E. v. Essen; 3. J. Ponjé; 4.
K. Mulder; 5. T. Bouw; 6. R. den Hoed; 7. A. Ensing, Honda; 8. J.
Jansen; 9. E. Looman; 10. E. v. Veghel; 11. P Vos; 12. A. Vonk; 13.
A. v. Lieshout; 14. H. Bos; 15. V. Haken; 16. E. Buitenhuis; 17. E.
Floris; 18. G. J. van Doorn; 19. K. Hagman; 20. R. Büetner.
04-06-2010.
KAMPIOENSCROSS 250 ETTEN LEUR
Kees van der Ven heeft de vierde wedstrijd om het Nederlandse 250 cc
kampioenschap in het Brabantse Etten-Leur met twee manche
overwinningen besloten, In de bruto (!) puntentelling staat Van der
Ven nog steeds op de tweede plaats genoteerd achter lijstaanvoerder
Bennie Wilken.
Kees van der Ven besloot de eerste manche met geringe voorsprong op
de vrijwel van zijn sleutelbeenblessure herstelde Henk van Mierlo.
Laatstgenoemde maakte de beste start in de eerste manche en voerde
het veld drie ronden lang aan.
Hoewel Kees van der Ven de kleine man uit Boekei vrij gemakkelijk
een plaatsje terugwees, wist Van Mierlo de titelverdediger toch zeer
goed te volgen. Bennie Wilken werd ondanks mankementen aan de
voorrem toch nog derde.
 |
Kees v. d. Ven
stuurde zijn Maico twee keer naar de overwinning |
De Venko-rijder moest daarvoor wel vanuit de middenmoot opklimmen,
hetgeen hem vrij gemakkelijk afging. De enige weerstand die Wilken
bij zijn inhaalrace ondervond kwam van Husqvarna coureur Henk
Bloemert, die ook in Etten-Leur weer opvallend sterk reed.
Bloemert werd bij de eerste doorkomst als vijfde genoteerd, bereikte
door een val van Peter van de Nieuwenhof de vierde plaats en
passeerde even later snelstarter Martin Schalkwijk. De toen bereikte
derde plaats moest hij in de slotfase van de race prijsgeven aan
Wilken. Vijfde werd de slecht gestarte Peter Groeneveld. Martin
Schalkwijk, die met problemen aan de monoshocker in zijn Kawasaki
kampte, werd op grote achterstand achter Groeneveld op de zesde
plaats afgevlagd.
Was het dat Kees van der Ven in de eerste manche nog enige
tegenstand van betekenis kreeg, in de tweede race reed de Bakelse
coureur zich na verloop van tijd helemaal los van zijn enige
opponent, Bennie Wilken. De Nieuw Schoonebeker voerde acht ronden
lang het deelnemersveld aan, maar moest daarna zijn meerdere
erkennen in Kees van der Ven.
Niet alleen om de kwaliteiten van laatstgenoemde, maar ook omdat de
achterrem van Wilkens trainingsmachine voor de zoveelste keer de
geest gaf. Met een achterstand van bijna een halve minuut op winnaar
Van der Ven werd Wilken afgevlagd.
Martin Schalkwijk, die aanvankelijk achter Marcel Deibergen lange
tijd de vierde plaats bezette, zag halverwege de strijd kans de
derde plek voor zijn rekening te nemen. Deibergen zou terugvallen
naar de negende klassering. Hoewel Schalkwijks achterstand op Wilken
aanzienlijk was, sloeg de Hilversummer op zijn beurt ook weer een
flink gat met de man die zich als vierde klasseerde, Henk Bloemert.
Tien seconden scheidden hen.
Jappie de Jong, die zich in de eerste race als twaalfde klasseerde,
zat er nu bij de start een half dozijn klasseringen beter bij, en
werd vijfde. Zeker net zo snel als kopman Van der Ven zo niet
sneller heeft Henk van Mierlo in de tweede manche gereden.
Henk (één duwtje en hij ligt tegen de vlakte) zat het aanvankelijk
allemaal erg tegen. Bij de start werd de Suzuki rijder klem gedrukt,
even daarna kwam hij ten val, om later tijdens een inhaalrace
hetzelfde lot nogmaals te ondergaan.
Desalniettemin vocht de tengere Van Mierlo zich verbeten door het
veld heen, en wist zijn dertigste (!) startpositie na 18 ronden om
te zetten in een zesde klassering.
Ad Lammers (tiende in de eerste manche) schopte het nu tot de
zevende plek. De twee kersverse 250-rijders Dinand Zijlstra en Peter
Groeneveld deden het enigszins minder dan men van dat tweetal
verwachtte. Dat werd door een groot deel veroorzaakt doordat beiden
een keer ten val kwamen. Dinand in de eerste race, terwijl zijn
Grand Prix-genoot Groeneveld dat voorbeeld in de tweede manche
volgde.
Uitslag:
1e manche: 1 Kees vd ven Maico; 2. Henk v Mierlo, Suzuki 3 Bennie
Wilken, KtM< 4,Henk Bloemert Husqvarna; 5. Peter Groeneveld Honda;
6. Martin Schalkwijk, Kawasaki; 7. Dick van Engelen Husqvarna; 8.
Anton Voesenek, Yamaha; 9. Jan Oosterink, Kramer; 10. Ad Lammers,
Maico; 11. Marcel Deibergèn Maico; 12, Jappie de jong, Maico;
13.Dinand Zijlstra, Yamaha; 14.Klaas Hoogland,KTM; 15.Leo
Schepers,KTM; 16,Harry Barendregt Honda; 17. Robert Vels Maico; 18.
Ad Valenttjn, KTM; 19, Henk Pauw, Honda; 20, Theo v, d. Veer,
Kawasaki.
Tweede manche; 1 .Kees v, d. Ven, Maico; 2,8enny Wilken ,KTM;
3.Martin Schalkwijk,Kawasakï; 4,Henk Bloemert Husqvarna; 5, Jappie
de Jong, Maico; 6. Henk van Mierlo, Suzuki; 7, Ad Lammers, Mafco; 8.
Anton Vossenek, Yamaha; 9; Marcel Deibergen Maico; 10; Dinant
Zijlstra, Yamnaha; 11, Jan Öosterink, Kramer; 12, Peter, Groeneveld,
Honda; 13.Peterv.d. Nïeuwenhöf,Suzuki; 14, Leo Schepers, KTM; 15.
Klaas Hoogland, KTM;: 16, Dick van Engelen, Husqvarna; 17. Ad
Vatantïjn, KTM; 18. Harry Barendregt, Honda; 19. Jo Lammers, Honda;
20. Aad Treurniet, Honda.
Tussenstand na acht manches:
1. Bennie Wilken, 214; 2, Kees van der Ven, 177; 3. Henk Bloemert,
159; 4. Martin Schalkwijk, 137; 5. Henk van Mierlo, 128; 6. Jappie
de Jong, 116; 7. Ad Lammers, 100; 8, Peter van de Nieuwenhof, 97; 9.
Henk Pauw, 86; 10. Anton Voesenek, 87; 11. Robert Vels, 81; 12.
Peter Groeneveld, 80; 13. Marcel Deibergen, 74; 14, Jan Oosterink,
67; 15, Dinand Zijlatra, 81,
17-03-2010.
Ook in 1980 hadden de Italianen al Twee cilinders !!
De GP Motocross 125cc was in 1980 in het
Drentse Norg en grote blikvanger was de Tweecilinder Gilera. die
door onze landgenoot Gerrit Jan Witteveen werd bedacht.

Deze watergekoelde Gilera tweecilinder met roterende inlaat was het
uiteindelijke resultaat van de verbintenis die Witteveen in1978
aanging met de Italiaanse tweewielergigant.
Zijn opdracht luidde: „ Maak een machine waarmee een
wereldkampioenschap in de Motocross behaald kan worden. Het geeft
niet wat het kost en wie je ervoor aantrekt. Witteveen ging aan de
gang begin 1980 en hij wist het goed geheim te houden dat hij bezig
was met een tweecilinder.
Zo konden we het dus tijdens de eerste 125 cc GP allemaal zien.
Bovendien slaagde hij erin er een voor die tijd, vreselijk mooie
machine van te maken met prachtige gietstukken en erg strak van
vorm.
Om de machinerie niet te breed te laten worden stelde Witteveen de
cilinders in tandemvorm op, dat wil zeggen achter elkaar. Aan de
rechterzijde vulden twee Dellorto carburateurs via twee roterende
schijven de cilinders.

De één cilinder Gilera
De bijbehorende luchtfilterkasten werden onder de tank verwerkt. De
uitlaat van de voorste cilinder liep op de normale wijze buitenom en
dan binnendoor over het frame heen naar achteren, terwijl de uitlaat
van de achterste cilinder vanaf de uitlaatpoort rechtstreeks naar
achteren loopt.
De beide zuigers in de Twin gingen gelijktijdig op en neer. Het
voordeel van dat systeem was dat er meer vermogen in de onderste
toerenregioner te brengen was. Maar... enkel bij deze motor, die in
Norg alleen door Perefini werd gebruikt, bleef het niet.
Om er zeker van te zijn dat alle GP's gereden konden worden (een
zo'n nieuwe motor kent nog kinderziektes) fabriceerde de Gilera
fabriek na het gereedkomen van de Twin ook nog een andere Gilera:
een watergekoelde ééncilinder met roterende inlaat.
Deze machine werd in zes maanden tijd gebouwd. In grote lijnen leek
die motor op de oude luchtgekoelde eencilinders (die ook in Norg
aanwezig waren).
Behalve dat die eenpitters als vergif gingen en een bijzonder gezond
geluid wisten te produceren, kon ook de inhoud van de
versnellingsbak worden aangepast aan de circuitgesteldheden: zand of
hard.
Wijlen Gaston Rahier nam het zeker voor het onzekere, en kwam in
Norg niet met de Twin aan de start, maar met dat watergekoelde
eenpittertje. Perefini vond dat niet nodig en kwam op de twin uit.
In de eerste manche moest hij de strijd staken vanwege een val, maar
in de tweede manche kwam hij niet in de uitslagen voor omdat de Twin
even vastliep.

Kleinigheidje" vertelde Witteveen, „maar we weten nu dat het ding in
de basis gezond is. Alleen de stuurkwaliteiten en de
gewichtsverdeling zijn nog niet optimaal."
Dat was duidelijk te zien. Eén ding was in ieder geval zeker de Twin
liep als hij heel bleef als vergif. Al bij 6000 toeren begon het
trekwerk en de motor leverde zijn topvermogen bij 12.000 toeren,
terwijl hij dan nog tot 13.500 doorgehaald kon worden.
De boring/slagverhouding van de Twin was
43 x 43, waardoor er twee keer 61.2 = 122.4 cc's aan boord was.
17-03-2010.
DE LAATSTE DER MOHICANEN
Bron: Marcel Hermans
Op 17 maart 2010 is het precies 25 jaar geleden dat uw reporter als
verslaggever van dienst op de rol stond bij de laatste Motorcross
der Azen die er werd verreden. Weliswaar niet op het befaamde
circuit “de Hoef” te St. Anthonis, maar éénmalig op “het
Radiocircuit” te Stevensbeek.
 |
|
Harry Goossens. |
Daarvoor werden 37 jaar lang wedstrijden in Sint Tunnis verreden,
zowel nationale als internationale wedstrijden en zes Grand Prix’s.
Dit allen onder leiding van de SMC oftewel de Sint-Tunnisse Motor
Club met de initiatiefnemers van het eerste uur, te weten Koos en
Theo Aben, Drikus Schut en Harry Goossens (zoon van de
burgemeester).
De laatstgenoemde is op dit moment de enige overgeblevene van dit
unieke ras, dat St. Tunnis op de kaart zette, oftewel de laatste der
Mohicanen. Harry is woonachtig in het Zeelandse Axel en hoopt op 10
november 2010 de leeftijd van 88 jaar te bereiken.
In 1947 organiseerde de SMC haar eerste terreinwedstrijd, vanaf 1952
stapte men over naar de “grote bond” de KNMV en ging met op de
internationale toer. De jaren vijftig, zestig en in mindere mate de
jaren zeventig van de vorige eeuw, hebben de meeste successen
opgeleverd voor de SMC, 35.000 toeschouwers of meer werden er
meermaals binnengehaald.
Die successen waren mede te danken aan de periode na de tweede
wereldoorlog, toen Nederland met de wederopbouw bezig was. Duidelijk
kenbaar zijn de foto’s op de parkeerplaatsen rondom het circuit, die
in het eerste uur vol stonden met fietsen, later met bromfietsen,
nog later met motorfietsen. Als laatste vol met auto’s en dan praten
we al over de eind jaren zestig.
Daarvoor waren de geïnteresseerde toeschouwers dus duidelijk
aanverwant met de motoren die op dat moment over het circuit
raasden. Ook de locale verenigingen droegen hun steentje bij aan dit
succes, iedereen was bereid om zijn handen uit de mouwen te steken.
De jeugd raapte de vele flessen op langs het parcours om met het
statiegeld weer een zak snoep te kunnen kopen.
Echt alle grote namen uit het verleden hebben één of meerdere keren
op dit circuit gereden. In het begin waren het vooral de Zweden,
zoals Lundin, Lundell, Nilsson, Johansson en de Engelsen Archer,
Curtis, Draper, Smith die met de hoogste eer gingen strijden, later
gingen zich ook de Belgen, Duitsers en Finnen zich met de strijd
bemoeien.
SMC had het lef om de beste coureurs te contracteren en de coureurs
waren bereid tot het uiterste te gaan, mede om zich in het begin van
het seizoen te meten met hun opponenten. Ook de media stond in die
tijd veelvuldig stil bij dit evenement. Studio Sport besteedde
telkens aandacht aan deze voorjaarsklassieker, kranten schreven
erover voor en na de wedstrijd en verder de vele motorbladen die er
in die tijd bestonden.
Vooral enkele Nederlandse coureurs direct uit de omgeving van Sint
Anthonis hebben hun bekende naam mede te danken aan de successen
behaald in Sint Anthonis. Een direct voorbeeld was Jan Clijnk (H3)
uit Helmond, die triomfeerde op “de Hoef” en vele supporters meetrok
uit zijn omgeving.
 |
|
Hoezo veel volk !!!. |
|
Verder natuurlijk niet te vergeten, Franske Sigmans (H4) uit Bakel,
die als jong knaapje de Motorcross der Azen wist te winnen in 1967
en 1968, voor de grootmeesters die op dat moment de Grand Prix’s
beheersten. En natuurlijk de Bulldozer Broer Dirkx (H12) uit het
naburige Valkenswaard, die grote successen kende zowel op een solo-
als een zijspanmachine.
Eind jaren zeventig en begin jaren tachtig werd duidelijk dat de
eens zo succesvolle formule niet meer geheel werkte. De betere
coureurs werden in die tijd volwaardige fabriekscoureurs en hadden
al een aardig basissalaris voor de Grand Prix’s. Ook de fabrieken
waren niet meer echt geïnteresseerd in de Motorcross der Azen.
De publieke belangstelling liep hard terug, SMC had verder problemen
met enkele locale bewoners en ook de politiek stond niet meer te
juichen naar dit evenement. De laatste jaren kreeg SMC de
wedstrijden financieel niet meer sluitend en daarmee werd het voor
de eens zo grote organisatie als SMC uiterst moeilijk om verder te
gaan.
De ouderen onder ons kunnen zich die tijd nog als nooit tevoren
herinneren, St. Tunnis stond bol van mensen en voertuigen,
kilometerslange files na afloop van de wedstrijd.
De locale bevolking stond na de
wedstrijd langs de afvoerwegen naar Boxmeer, Gemert en Grave om deze
files te bekijken. Zoveel mensen hadden ze nog nooit gezien. Zelfs
op de radio werden deze files vermeld, ook voor de wedstrijd en ’s
avonds snel voor de televisie om maar niets te mogen missen van het
evenement.
Aan alles komt een eind, is het bekende spreekwoord, helaas ook voor
de mannen van SMC.
10 dagen na plaatsing van dit
artikel is Harrie Goossens vrij plotseling overleden
19-02-2010.
Sietze de Boer sterk in Roden.
Gerard Rond op een in PK's grossierende
Suzuki heeft in 1980 op het Ronostrand in
het Drentse Roden de eerste kampioenscross voor de halve
liter categorie op zijn naam gebracht. In het mulle en moeilijke Rodense zand rondom het Ronostrand bracht Rond beide
manches spelenderwijs op zijn naam.
De enige die hem nog enigszins kon volgen, was Toon Karsmakers. De
Maico-coureur werd in Drenthe tweemaal tweede, terwijl Peter
Herlings („Erg tevreden over die plaatsen ben ik nog niet, maar ja,
m'n conditie is nog lang niet optimaal.") tweemaal beslag legde op
de derde plaats.
De verrassingen van Roden was thuisrijder (neem dat maar zo
letterlijk als het maar kan) Sietse de Boer, hij besloot de eerste manche op een goede negende
plaats, maar overtrof zichzelf in de tweede race, waarin hij vierde
werd achter de Nederlandse top.
Verassend goed ook Peter Klomp en René
van de Made.
Peter Klomp wist een vijfde en een zevende klassering op zijn naam
te brengen, terwijl NMB-er René van de Made de beste
niet-internationaal was met een zevende en een achtste plek. Van
Kramer-coureur Ad Verstegen zijn we weliswaar uitschieters gewend
maar zo constant als de garagist in Roden reed, hebben we lange tijd
niet meer mogen aanschouwen
Gerrit Wolsink, op papier één van de grootste kanshebbers verliet Drenthe met slechts
zeer matige klasseringen. In de eerste manche wist Wolsink zijn
Maico niet hoger dan een zesde
plek over de meet te sturen, terwijl hij in de tweede race als
tiende eindigde.
Maar voor die tiende plaats kon Gerrit een goed argument aanvoeren.
Maico's jongste aanwinst werd bij de start van die tweede manche op
een daverende manier van zijn fiets gelanceerd, nadat hij met een
zijn weg kruisende Gerard Rond in aanraking kwam bij het inzetten
van de eerste hoek.
Uitslagen
Eerste heat: 1. Gerard Rond; 2. Toon Karsmakers; 3. Peter Herlings;
4. Klaas Poppinga; 5, Ad Verhoeven .6 Gerrit Wolsink; 7, Peter
Klomp; 8. René van de Made 9 Sietse de Boer; 10. Sjaak Verwaayen;
11.Kees Roelands; 12. Mario Beekmans; 13. Jan Lemmens; 14.Arno
Bosch; 15. Math Ghielen; 16 Henk Poorte; 17 Gieljo van Zoggel; 18.
Jan Boer; 19, Mark van de Brink; 20. Peter de Vries.
Tweede heat; 1. Gerard Rond; 2. Toon Karsmakers; 3 Peter Herlings;
4. Sietse de Boer; 5. Peter Klomp; 6. Ad Verstegen; 7, René van de
Made; 8. Klaas Poppinga; 9. Kees Roelands; 10, Gerrit Woisink; 11.
Sjaak Verwaayen; 12. Mario Beekmans; 13. Math Ghielen; 14 Adri van
Beers; 15. Arie van Herpen; 16. Hans van Ingen; 17.Henk Poorte; 18.
Mark van de Brink; 19 Ad Vughts; 20. Johan Bensing.
16-02-2010.
MOTOCROSS DER AZEN 1980.
Tijdens de Motocross der Azen, die vorige week voor naar schatting
12.000 toeschouwers verreden werd, werd zeer duidelijk dat de Grand
Prix coureurs 500 cc er een klasgenoot bij hebben gekregen die zeer
zeker nog vaak de oorzaak zal zijn van menige onrustige nacht. En
dan drukken we het nog zacht uit.
 |
|
Dave Thorpe op de eerste
Pro-Link Honda. |
Håkan Carlquist, de Zweed die zich vorig
jaar zo grandioos in de picture reed en dat verrassende seizoen
afsloot met een overtuigende wereldtitel op Husqvarna, heeft nu al
heel wat 500-top-pers ervan overtuigd een serieuze titelpretendent
te zijn.
Hakan reed in St. Anthonis weliswaar de helft van de manches
waarvoor hij gecontracteerd was; in de tweede race moest hij Wegens
een plotselinge griepaanval verstek laten gaan, maar de vechtlust en
het talent dat hij in die eerste manche openbaarde, maakten de
toppers en insiders veel duidelijk.
Iemand anders die ook veel dingen duidelijk maakte en in andere
races dit jaar ook al was de regerende wereldkampioen Graham Noyce.
De Brit won de Motocross der Azen zeer overtuigend.
In deze eerste confrontatie met z'n kwartliter tegenhanger kwam
Noyce uit op een Honda die uitgerust was met het veel omschreven
Pro-Link veersysteem, een constructie die fantastisch werkte en
Noyce's GP-machine bijzonder strak over de Brabantse knippen
loodste. Honda lijkt daarmee de kwaliteit van het „Uni-Trak" en het
„Monoshock-systeem" geëvenaard te hebben.
Behalve de twee regerende wereldkampioenen waren in St. Anthonis
natuurlijk nog meer toppers aan de start. De twee Nederlanders die
in het Brabantse peeldorp van zich deden spreken waren Gerard Rond
en Kees van der Ven. Weliswaar ieder één manche, maar toch erg
overtuigend.
Na een snelstart van Rond in de eerste manche, waarna de Suzuki
topman twee ronden lang de wereldkampioenen achter zich wist te
houden, moest hij Noyce en Carlquist voor laten gaan, maar wist het
duellerende duo goed te volgen. Rond kwalificeerde zich als derde.
Deze prestatie leek hij in de tweede race te gaan verbeteren. Lange
tijd bezette hij de tweede plaats achter. Noyce. Hij liep niet op
hem in, maar verloor ook geen terrein en ook van achteren leek geen
bedreiging te komen. Althans, niet tot vlak voor het einde van de
race.
 |
Håkan Carlquist maakte in deze
eerste ontmoeting met een aantal leden van de 500-top
duidelijk dat er rekening met hem
gehouden moet worden. |
Toen kwam weliswaar Peter Herlings na
een matige start zeer plotseling de top vier binnenstormen, maar tot
een confrontatie tussen Rond en Herlings kwam het niet. Rond moest
het strijdtoneel verlaten met een lekke voorband. Kees van der Ven,
die lange tijd achter Rond de derde plaats bezette, schoof daardoor
een plaatsje op, en wist die tweede klassering te handhaven tot aan
het vallen van de vlag.
Herlings bleef derde, terwijl Herbert Schmitz vierde werd na een
derde plaats in de openingsronde. Toon Karsmakers produceerde een
meer dan fantastische eerste manche, waarin hem gewoon de tijd
ontbrak om hoger te finishen dan de vierde plaats. Reden voor hem om
zich helemaal te concentreren op de tweede race. Het geluk liet de
Maico-coureur in de steek. Al in een van de eerste ronden duikelde
Toon van zijn fiets en zocht daarna het rennerskwartier op.
Met een vorm van pech die hoogst zelden voorkomt kreeg Peter
Herlings in de eerste manche te maken. Op het moment dat hij na een
goede inhaalrace aansluiting kreeg bij de koplopers en Toon
Karsmakers goed partij leek te gaan geven, viel de carburateur van
zijn Maico uit de aansluiting. Het klemmetje brak.
Geen reden voor Herlings om op te geven. De streekfavoriet duwde de
gasfabriek zo goed mogelijk weer op z'n plaats en ... zag kans de
race zonder noemenswaardige problemen uit te rijden. Sterker nog,
hij wist weer aansluiting te krijgen bij de koplopers.
Gerrit Wolsink, die in de Motocross der Azen zo graag had willen
schitteren, bakte er weinig van deze keer. Een matige start in de
eerste manche kreeg voor de vice-wereldkampioen een nog matiger
vervolg. Nadat Wolsink er goed voor was gaan zitten, klapte hij
tegen een boompje en met pijnlijke ledematen zocht hij het
rennerskwartier op.
Toch verscheen Wolsink later op de dag voor de tweede keer aan het
starthek, maar weer zou hij de finish niet halen. Wederom bleef
Wolsink niet overeind en zocht hernieuwd het rennerskwartier op. Een
slecht einde dus voor Wolsink
In het bijprogramma reden de kwartliter senioren en de junioren in
de categorie 125 cc.
 |
|
Gerard Rond vlak voor het
moment dat hij ten prooi zal vallen aan kwartliter
wereldkampioen Hakan Carlquist. |
De eerste manche van de 250 werd op naam gebracht door Eddy Meurs,
die flinke tegenstand te verduren kreeg van de van Bèta naar Aprilia
overgestapte Belg Gilbert de Roover. Een fantastisch rijdende Henk
Pauw wist zijn Honda op de derde plaats over de meet te sturen.
Yamaha-coureur Dinand Zijlstra, die in de eerste race niet in de
voorste gelederen te vinden was, maar desondanks na een slechte
start toch meer dan prima naar voren kwam, bracht de zege in de
tweede manche op zijn naam. Ook nu weer was Henk Pauw
(dagoverwinnaar) helemaal voorin te vinden, en een tweede plaats
werd zijn deel. Martin Schalkwijk, die aanvankelijk de eerste plaats
in de tweede manche voor zijn rekening nam, moest zich twee plaatsen
laten afzakken, en eindigde als derde.
De lichtste klasse in St. Anthonis, de 125 cc junioren, werd
gewonnen door Corrie van de Hoek. In die finale, die vooraf gegaan
werd door een tweetal series, werd Marcel van Hoeven tweede, terwijl
Piet Ruften zijn Suzuki naar de derde plaats stuurde.
Uitslagen
Eerste manche 500 cc Sen + Int.: 1. Graham Noyce, G8, Honda; 2.
Håkan Carlqvist, S, Yamaha; 3. Gerard Rond, NL, Suzuki; 4. Toon
Karsmakers, NL, Maïco; 5.Peter Herlings, NL, Maico,' 6. Herbert
Schmitz, BRD, Maico; 7. Kees v. d. Ven, NL, Maico; 8. Henk van
Mierlo, NL, Suzuki; 9. Klaas Poppinga, NL, Maico; 10. Benny Wilken,
NL, KTM; 11. Peter Klomp, NL, Maïco; 12. Henk Poorte, NL, Montesa;
13. Georges Jobe, B, Suzuki; 14. Adrie van Herpen, NL, Maico; 15.
Sietze de Boer, NL, Maico.
Tweede manche 500 cc sen + int.: 1. Graham Noyce; 2. Kees van de
Ven; 3. Peter Herlings; 4. Herbert Schmitz; 5. Henk v. Mierlo; 6.
Benny Wilken; 7. Arie v, Herpen; 8. Adrie van Beers, NL, KTM; 9.
Math Ghielen, NL, Maico; 10. Peter Klomp; 11. Henk Poorte; 12. Geof
Mayes, GB, Maico; 13. Bertil Övgard, S, Husqvarna; 14. Klaas
Poppinga; 15. Jac. Verwaayen, NL, Maico.
Eerste manche 250 cc sen. + int: 1. Eddy Meurs, TGM, 2. Gilbert de
Roover, B, Aprillia; 3. Henk Pauw, Honda; 4. Martin Schalkwijk,
Kawasaki; 5. Peter v. d. Nieuwenhof, Suzuki; 6. Dinand Zijlstra,
Yamaha; 7. Jan v. d. Brom, Kawasaki; 8. Jan Oosterink, Kramer; 9. M.
v, d. Brink, Maico; 10.Henk Bloemert, Husqvarna.
Tweede manche 250 cc sen. + int.: 1. Dinand Zijlstra; 2. Henk Pauw;
3. Martin Schalkwijk; 4. Jappie de Jong; 5. Henk Bioemert; 6 Eddy
Meurs; 7. Ad Lammers, Maico; 8. Anton Voesenek, Aprillia; 9. Jan van
de Brom; 10. Jan Oosterink.
125 cc groep D, junioren: 1. Corrie van de Hoek; 2. Marcel van
Hoeven, TGM; 3. Piet Rutten, Suzuki; 4. Ruud Büchner, Suzuki; 5.
Peter Verbroekken, Honda; 6. Kees Hachmang, Suzuki; 7. Marien van
Wijk, Meurs TGM; 8. Hens Boer, KTM; 9. John van der Vries, Honda;
I0.Renè Leeflang, Suzuki; 11. Kees Kiebert, Aprillia; 12. Daniël
Haaring, Honda; 13. Marly Wijntje, TGM; 14. Theo v. Hoeflanken,
Honda; 15. Dick Walvoort, Kawasaki.
11-02-2010.
Cagiva Special.
Voormalig Nederlands kampioen Bob de
Graaf bestierde in de jaren 70 tot en met 80 van de vorige eeuw (wat
lijkt dat lang geleden nietwaar?) Tweewieler Trefpunt in Amsterdam.

Die Bob was altijd bezig met iets anders als de anderen en het meer
dan fraai ogende crossmachientje dat u op deze pagina afgedrukt ziet
is niet het prototype van een productielijn, ook niet het speciale
wapen waarop een vaderlander de nationale titel moet gaan veroveren,
maar puur het uiteindelijke resultaat van het besluit om iets te
gaan maken „om-maar-iets-te-doen-te-hebben."
In principe hoeven dergelijke staaltjes van huisvlijt niet te
betekenen, maar de kwartliterfiets van het Tweewieler Trefpunt was
zo mooi geworden, dat het zonde zou zijn om er geen aandacht aan te
besteden.
Als basis voor de tweeëneenhalf koos men
voor een Cagiva crosser van 1979. Het rijwielgedeelte van die fiets
bleef nagenoeg onveranderd, maar het motorische gedeelte daarentegen
heeft nog maar weinig overeenkomstigheden met het origineel.

De grootste verandering zit bovenop het blok: de watergekoelde
cilinder, de helft van de 500 tweecilinder H-D Aermachi wegracer. Om
die pot pas te krijgen op het carter, moesten vele uren besteed
worden aan het „bevijlen" en „befresen" van cilindervoet en
carterdelen.
De krukas moest aangepast worden omdat de H.-D. cilinder een andere
slag toeslaat dan de originele luchtgekoelde Cagivapot. Daarom werd
het big-endlager verplaatst.
Om het geheel op het blok te kunnen klemmen, moesten de tapeinden
eveneens van plaats veranderen. De originele H.-D. membranen bleven
gehandhaafd, maar het daarop gemonteerde spruitstuk is eigen-bouw.
De originele 34 mm Dell'orto gasfabriek werd vervangen door twee
exemplaren met een doorlaat van 36 mm. De daarachter schuil gaande
luchtfilterkast moest eigenhandig vervaardigd worden.
De radiateur waarmee de 250 watergekoelde Cagiva uitgerust is, was
er een van de nieuwe 125 cc crosser. Het moest nog blijken of die
kleine koeler was opgewassen tegen het geweld van de grotere motor.
Ook al zou er meer te vertellen zijn van de Cagiva, dan nog is het
verstandiger om er terstond mee te stoppen. Zo'n fiets is er eentje
om naar te kijken, niet om over te kletsen.
Eigenlijk wel benieuwd, of het vehikel bewaard is gebleven!!
25-01-2010.
Motocross des Nations.
Uit de tijd dat we nog konden spreken
van Motorfietsen komt deze 8 minuten durende film van de Motocross
Des Nations gehouden in het Zweedse Skyllinggaryd in 1953.
Kijk hier maar eens.
21-01-2010.
Kramer Motocross 250cc.
Zelfs de meest verwende rennerskwartiertoerist, die exact op de
hoogte is van de laatste veranderingen motoren, zal wanneer ie
aanwezig was bij een nationale cross, toch gegarandeerd even stil
zijn blijven staan bij een nogal vreemde eend in de bijt de Kramer.

Vreemde eend, omdat z'n naam niet stond in het lijstje van merken
met gevestigde reputaties, en vreemd omdat de Kramer op een ander
punt totaal van de bestaande concepties afweek het is de enige fiets
die écht goed afgewerkt is.
En dat laatste aspect was er de oorzaak van dat die verwende
rennerskwartiertoerist lang om dat product van de Duitser Fritz
Kramer heen bleef hangen. Hij zal genoten hebben van de keurige
strakke lasnaadjes, van een rijwielgedeelte zonder poespas en van
bijzonder goed doordachte constructiedetails.
Dat was Kramer. De constructeur en fabrikant, Fritz Kramer, eens
zelf een actief wedstrijdrijder en ex-Maico fabriekspiloot, had
duvels goed in de gaten hoe een frame gemaakt moest worden, hoe het
moest sturen en hoe je er een grote mate van degelijkheid in kunt
bouwen.
Een beetje jammer is het (maar tevens logisch) dat Kramer voor het
motorische gedeelte 250 afhankelijk was van toeleveringsproducten
(de laatste jaren Rotax). De blokken werden weliswaar volgens zijn
specificaties getuned door de fabriek en er was kwalitatief dan wel
nauwelijks iets op aan te merken, maar het motorkarakter en het
vermogen bleef duidelijk achter bij de kwaliteiten van het frame.
 |
|
Monoshock vering a la Yamaha. |
De uitdrukking "Een vlag op een
modderschuit" is in dit verband té krachtig; "een te klein zeil op
een catamaran" komt er iets dichter bij in de buurt. Dat althans
gaat op voor het getestte model, de kwartliter machine.
Waarschijnlijk is de trukendoos van Rotax voor wat betreft de 250
cc-blokken helemaal leeg, dat hebben we eerder al eens ervaren bij
andere merken, waaronder de Can-Am.
De kwartliter Kramer die wij een tijdje tot onze beschikking hadden,
is het model '80. Op het eerste gezicht is er maar weinig aan
veranderd, hetgeen kenmerkend is voor de kwaliteit, maar wanneer de
Duitser wat beter onder de loep genomen wordt, steken zo hier en
daar toch tal van vindingrijke veranderingen de kop op.
De ééncilinder Rotax machinerie is op een paar punten veranderd.
Door gebruik te maken van een platter linker carterdeksel, dat nu
een nutteloze ruimte in het carter ter hoogte van de krukas opvult,
is het blok ook smaller geworden. De krukas, de koppeling en de
middencarters bleven ongewijzigd, maar de versnellingbak schakelt nu
ietwat soepeler door een lichtere vergrendeling van de tandwielen.
Aan de zijkant hiervan zitten nu minder, maar iets dikkere nokken.
De verhoudingen van de diverse versnellingen zijn identiek gebleven,
doch zouden, afhankelijk van de gesteldheid van het circuit, iets
beter mogen aansluiten.
De cilinder van de 8O-er modellen wordt nu gevoed door een 36 mm
Mikuni carburateur, in plaats van de 32 mm Bing die op de oude
modellen gemonteerd was. Die Mikuni zuigt z'n lucht aan uit een
vernieuwde filterkast, die de luchtopening nu aan de bovenzijde
heeft, in plaats van opzij.
De laatste verandering aan het blok betreft de diameter van de
uitlaatbocht. Die is groter geworden. Die uitlaat overigens wordt
net als de tuning van de cilinder, op specificatie van Kramer
aangeleverd in losse onderdelen, waarna men op de fabriek in
Laubusch Esbach van die onderdelen een compleet geheel maakt. Tot
zover het motorische gedeelte, waarover straks bij de rijindruk
meer.
Het
gedeelte wat Fritz Kramer in eigen fabriek voor z'n rekening nam,
het frame, is gewoon af. Het is een uiterst strak en meer dan
voortreffelijk afgewerkt geheel.
Technische smulpapen kunnen er werkelijk
uren omheen lopen te genieten. Fritz Kramer koos als voorvork voor
een product van Marzocchi. Veerweg 300 mm, en dikkere binnenpoten
(38 mm). Daarin gemonteerd zit een goudkleurig Akront wiel en daar
weer in een uitstekende Grimeca naaf, met een voorziening om
eventueel afgeknapte spaakkoppen niet in de trommel te laten
belanden.
Voor en achter is voor Pirelli schoeisel gekozen en het stuur,
compleet met handles en handvaten (in twee uitvoeringen zonder
meerprijs te verkrijgen), werd gefabriceerd bij Magura.
Bij de behandeling van de achterdempers, komen we automatisch op een
flink pluspunt (lees: financieel voordeel). Standaard zijn de Kramer
machines uitgerust met Zweedse Öhlins schokbrekers, maar importeur
Duursma levert de Kramer eventueel ook af met White Power of Koni
dempers, zonder daardoor een cent meer te rekenen.
Ook voor de onderdelen van het achterwiel werd gekozen voor de
merken Akront, Grimeca en Pirelli. De centraal in het frame
geplaatste filterkast is eveneens veranderd. Aan de rechterzijde
loopt die kast vlak boven de ketting langs en werd er zelfs een paar
keer door geraakt.
Wanneer er niet op tijd ingegrepen wordt, bestaat de mogelijkheid
dat de kast doorslijt. Het filter kan echter niet. geraakt worden.
De remedie: een extra kettingrol aanbrengen boven de ketting. De
reservoirs van de gasdempers verhuisden een eindje verderop.
Bij de oude modellen (en bij de 500-uitvoering van '80) zaten ze aan
de voorkant van de schuin naar achteren lopende framebuis achter het
blok. Nu bracht Fritz Kramer ze aan in een paar keurige houwertjes
onder het zitje, precies boven de twee, op de Yamaha-methode
gemonteerde, schokbrekers.
De veerweg van de achterpartij werd verhoogd van 280 naar 310 mm. De
plaats waar het achterwiel in de driehoeksvork gemonteerd. is, is 30
mm smaller geworden door gebruikmaking van platte uiteinden. Ook de
steekas werd daardoor met dezelfde afstand korter. De nogal
omslachtig ogende, maar uitstekend werkende kettingspanner bleef
onveranderd.
Dat ding deed zijn werk prima, en ging niet vastzitten, iets waar we
aanvankelijk bang voor waren. De spanner is vrij eenvoudig van
buiten te onderhouden door zo af en toe een paar druppeltjes olie
tussen de talon ringen te druppen. Het is aan te raden om plm. één
keer per maand het hele zaakje even open te gooien en goed te
reinigen.
Het uiterlijk van de Kramer kreeg een flinke facelift. Een hogere
tank (9,5 liter) van een zachtere kunststof, dichte en veranderde
zijschermpjes en andere spatborden geven hem een keurig strakke
visuele presentatie.

Alleen daarom al een fietsje om ja tegen te zeggen. Voor wat betreft
het motorvermogen van de kwartliter en z'n karakter, zou er nog het
een en ander verbeterd kunnen worden.
Maar over de stuureigenschappen niets dan lof. De zitpositie op de
Kramer is fantastisch. De tank sluit prachtig op het zitje aan,
zowel van boven als opzij, waardoor je je eigen zitpositie kunt
bepalen en ook de uitlaatbocht, die zo op het gezicht naar buiten
uit lijkt te steken, zit de rijder niet in de weg. "Je kunt merken
dat die fiets gemaakt is door iemand die er goed verstand van
heeft".
Het ding stuurt werkelijk fantastisch onder alle omstandigheden en
de remmen zijn uit de grote kunst". Ook de voetsteunen, het stuur en
de rem en schakelpedaaltjes zitten precies daar waar ze moeten
zitten.
De door Roel Elting van Duursma Aandrijvingen geïmporteerde Krámer
is een erg goed ding. Het rijwielgedeelte is helemaal af, de
kwaliteit van het Rotax blok is erg goed, maar het vermogen van de
250 schiet wat tekort. Afhankelijk van de doeleinden voor welke men
de Kramer wil gebruiken.
16-01-2010
Kampioensrit Borculo.
In het tweede weekend van dit jaar werd in het Gelderse Borculo de
jaarlijkse betrouwbaarheidsrit van de BMAC verreden, en die verliep
vlekkeloos. Uitzetter Theo Pragt had samen met zijn mannen ook
ditmaal veel zorg besteed aan het traject, dat veel kruip door,
sluip door werk te bieden had.
 |
|
Henk Visschers winnaar in de E
klasse. |
De 70 kilometer!!! lange route moest door de senioren drie, en door
de junioren twee keer worden afgelegd, en was vrij pittig. De sneeuw
die in de ochtenduren viel, maakte het er niet eenvoudiger op.
 |
|
Weer van een echte rit in
Borculo. |
Henk Visschers bewees dat zijn eerdere
overwinningen geen toeval waren, en geeft er bovendien steeds vaker
blijk van een groot talent te zijn. Henk won de E-klasse, waarbij
zijn grootste concurrenten ook dit keer Ybele Koehoorn en de
inmiddels herstelde Jan Harkink waren.
In de klasse 175 cc was de strijd door een blessure van Anne Kies
geheel open. Dat deed echter niets af aan de prestaties van
Nijverdaller Joop Staman, die de eerste plaats op zijn conto bracht,
daarbij fel op de huid gezeten door streekgenoot Gerard Kruiper en
Arno Dreezen uit Maastricht.
In de klasse 250 cc, die voor velen een teleurstellend verloop had,
heette de winnaar Jan ten Velde. De grootste verrassing echter kwam
van de Zaankanter Joop Ros, die beslag wist te leggen op de tweede
plaats. En dat terwijl hij in de tweede proef de laatste meters
duwend moest afleggen.
In de zware categorie was het in Borculo Henk Poorte die de winst
naar zich toe trok. Martin Schalkwijk, die tweemaal in een proef
stil kwam te staan, werd tweede, terwijl de derde plaats werd
opgeëist door Jan Woessink.
Ander nieuws
VHS Kreidler
Een aantal jaren geleden werden VS crossmotoren gebouwd in opdracht
van de Bossche firma vd Heijden.

De hier getoonde 50cc crosser was de
eerste in serie gebouwde schepping van Tuningsgoeroe Harry van Hout
die een eigen ontwikkelde cilinder op een Kreidler onderbouw
monteerde en daarmee tot laat in de jaren tachtig erg veel successen
mee behaalde.
De motor werd geleverd (naar keuze) met een vijf of zes
versnellingsbak.
Er zat een eigen fabricaat zuiger (gemaakt ui gietstukken van Mahle
138) in met de pistonpen op een andere hoogte dan standaard.
De voorvork was van Betor met een veerweg van maar liefst 19 Cm en
achter was de VHS Special (zoals hij later door het leven ging)
altijd uitgerust met een enkele schokbreker.
Met een brandstoftank van vijf liter woog de VHS iets meer dan 60
Kilogram en dat maakte de motor een complete winnaar.
KTM experimenten.
Op de ontwikkelingsafdeling van KTM werd hard gewerkt aan een
waterkoelingsysteem voor hun blokken. Een van de objecten was een
GS-blok, dat mede om tegemoet te kunnen komen aan de geluidseisen
was uitgerust met een cilinder zonder koelribben en met het
zogenaamde thermosyphon koelsysteem.
Daarnaast experimenteerde men met een
systeem met waterpomp. KTM vermeldde er desgevraagd echter
nadrukkelijk bij dat het ging om ontwikkelingswerk in een erg vroeg
stadium.

Het blok op bijgaande foto is uitgerust
met de thermosyphonkoeling. Aan de voet van de cilinder zitten twee
inlaatmondjes, terwijl de uitgaande pijp aan de kop bevestigd werd.
Thermosyphonkoeling houdt in dat het water (zonder tussenkomst van
pomp) in het circuit circuleert op grond van natuurkundige wetten:
warm water stijgt op t.o.v. het koudere water dat uit de radiateur
komt.
De mogelijkheden om ook de crossers van waterkoeling te voorzien,
wordt bekeken. Men denkt daarbij aan hetzelfde principe als dat
Suzuki in 1980 toepast op haar fabrieksmotoren, namelijk met
waterpomp.
De 125-er die de KTM fabriek dit jaar gaat inzetten is een normale
RD, dus nog zonder waterkoeling.
07-01-2010
Prutrit in Nieuwe Niedorp
Na een afwezigheid van vier jaar op de rittenkalender, werd in
Nieuwe Niedorp opnieuw de prutrit verreden. En men heeft het
geweten, want aan prut was geen gebrek. Hebben vele rijders al
moeite genoeg om rond te komen in een normale Enduro, in Nieuwe
Niedorp werd het helemaal een slagveld.
Het regende de hele week die aan de rit vooraf ging, en de
organisatie moest besluiten het totaal met één ronde in te korten,
zodat de senioren drie, en de junioren twee ronden te gaan hadden.
 |
|
De huidige KNMV Voorzitter
Jan de Geus uit Heerhugowaard werd winnaar bij de 250 cc
senioren. |
Een hoop inschrijvers besloot op het
laatste moment toch maar om thuis te blijven vanwege de regen.
Van de 256 inschrijvers kwamen er 's
ochtends slechts 152 aan de start.
De meesten waren toen nog gekleed in een
keurig schoon pak en waren gezeten op een pas gepoetste machine,
maar eenmaal door de crossproef gekomen, waren ze niet meer te
herkennen.
Die crossproef was uitgezet op een drassig stuk weiland, bezaaid met
waterplassen van niet geringe afmetingen, waardoor die sectie al
gauw in een grote modderpoel veranderde.
Nadat alle rijders er een keer doorheen
geraasd waren (de proef telde toen nog niet mee), was de wei
omgetoverd in een grote breimassa, waar niet of nauwelijks doorheen
te komen was.
Toen er voor de eerste keer geklokt werd probeerden de meesten nog
wel om de hele proef te rijden, maar de tweede keer besloot het
overgrote deel de zwaarste stukken over te slaan. Ze werden tot deze
daad aangespoord door de aanblik van andere rijders, die meestal tot
aan hun tank toe in de brei waren gezakt.
Nederlands Kampioen Henk Poorte bijvoorbeeld verdween compleet met
hele motorfiets in de zuigende modder. Al met al redenen voor de
jury om de hele proef maar niet mee te tellen, waar natuurlijk lang
niet iedereen het mee eens was.
Velen waren van mening dat de hele rit niet moest worden meegeteld,
maar dat idee werd door de wedstrijdleiding terecht van de hand
gewezen. Immers, daarmee zouden zij de thuisblijvers weer belonen.
Van de 152 renners die wel reden, bereikten er slechts 72 de meet.
 |
|
Rudie Boom (voorgrond) en
Huzen in het gevecht met de prut. |
In de klasse 125 cc senioren ging de
overwinning naar Rudi Boom, die, na veel pech in de voorgaande
wedstrijden, Henk Visscher en Jan Trompetter achter zich hield.
Anne Kies won wederom de klasse 175 cc. Gerard Kruiper en Sietze
Walda finishten achter hem op de tweede en derde plaats.
Thuisrijder (vandaag aan de dag
Voorzitter van de KNMV) Jan de Geus trok de overwinning bij de
kwartliter senioren naar zich toe, terwijl Herman van Hoegee tweede
werd.
Een gedeelde derde plaats in Nieuwe
Niedorp ging naar Henk van Heek (de latere wereldkampioen Zijspan
MX) en Jan ten Velde.
De zwaarste categorie werd ditmaal gewonnen door Jappie de Jong uit
Tijnje. De tweede en derde plaats ging naar Simon Schram Jr en
Martin Schalkwijk, die op hun beurt Jan Woessink, Bert Boom en
Herman Koeleman weer achter zich lieten.
Bij junioren 125 cc waren er maar twee uitrijders: H. Wesselink en
W. Veneklaas. De andere winnaars van de juniorenklassen waren G.
Schuurman (175), A. Knoppert (250) en S. Heering, die de klasse 250
cc en hoger op zijn naam bracht.
Uitslagen:
Junioren 125 cc: 1 H Wesselink. 2. Willy Veneklaas.
JunIoren 175 cc: 1 Gerrit Schuurman. 2. Tonnie Kakkenberg. 3 H Welle.
4 Johan Gast. 5 Wim Morrenhof. 6 L Willemsen. 7 Gerrit Boonk. 8 C
Hulshof. 9 Joop Herder. 10 C Goudsmid.
Junioren 250cc: 1 Arie Knoppert. H Hofman. 3 A Kloosterman. 4 M
Hogenbosch. 5 M Venema. 6 H bruggeman. 7 J Wolters. 8 G Meinen. 9 J
Cornelissen. 10 Jan Vos
Junioren boven 250cc: 1 S heering. 2 J Bettenville. 3 A Guys. 4 Rob
Enzzler. 5 Gerrie Oomen. 6 E Schalkwijk.7 W Stokman.8 J Alferink. 9
J vd Wielen. 10 G Huis.
Senioren 125 cc: 1 Rudi Boom. 2 Henk Visscher. 3 Jan Trompetter.
Senioren 175 cc: 1 Anne Kies. 2 Gerard Kruiper. 3 Sietze Walda.
Senioren 250 cc: 1 Jan de Geus. 2 Herman v Hoegee. 3 Henk v Heek.
4Jan ten Velde. 5 Gerrit Elbert. 6 M Kasper. 7 Wim Tolboom. 8 Wim
Tuitert. 9 Gerrit Hoftijzer. 10 Jan Klein Brinke. 11 Robert Vels.
12. P Zeilmaker.
Senioren boven 250 cc: 1 Jappie de Jong. 2 Simon Schram. 3 Martin
Schalkwijk. 4 J.Woessink. 5. Bert Boom . 6. Herman Koeleman. 7. F
Notten. 8 Herman Hutten. 9. Hans Beek. 10 H. Stielstra.
Framekit voor de Yamaha XT 500.
Het jaar 1980 begon veelbelovend voor de viertakt liefhebbers. Koos
Mulders uit Veendam en Piet Lameijer uit Winschoten in die tijd mee
voorop in de viertaktsector ontwierpen een framekit voor de
populaire viertaktstampers van het merk Yamaha

De kit die bestond uit frame, achtervork, voetsteunen, rempedaal en
lagers en werd aangeboden voor de prijs van Hf 1495,=.
Hierbij was er dan de mogelijkheid geschapen om een XT 500 Off Road
motor om te bouwen tot crosser voor een luttel bedrag. Men moest dan
wel zelf zorgen voor veerelementen achter en eventueel een andere
voorvork. De kit was ook bruikbaar voor andere in te bouwen blokken
en zo zagen we later ook wel de kit van de noorderlingen uitgerust
met Suzuki blokken.
CCM
Heden ten dage zijn ze er nog steeds en doen zelfs op bescheiden
schaal mee in de WK-MX1
Allan Clews deed in de jaren tachtig menig hart overslaan, of laat
ze sneller kloppen. In ieder geval! bracht hij ontreddering in de
bloedsomloop van iedere techneut. Telkenmale was het nieuw wat hij
bracht. Zijn pr0dukten waren doorspekt (of doorleefd) met
vakmanschap. Zo ook aan het begin van het jaar 1980.

Een fabuleus mooie crosser toornde hoog uit boven al zijn produkten.
Standaard zal de 500 cc worden uitgerust met het nieuwste White
Powerveersysteem. Henk Thuis himself van WP was aanwezig om de 320
mm (!) lange veerweg te tonen.
Om dit te bereiken moest de achtervork wat doorgezet worden". Alles,
incl. de vernieuwde versnellingsbak aan de motorfiets is "home
made". De voorvork is de lichtste in de hele handel. Flinterdun en
onbreekbaar is hij uit Electron Magnesium (A8W) gedraaid.
Mag zo'n motor dan ook duur zijn. Nieuw was de 125 cc CCM met Hiro
blok, (28 pk) waarvan kop en cilinder watergekoeld zijn. De
waterpomp zit in de versnellingsbak, zodat beschadiging bijna
uitgesloten was.
FB
De naam FB Motor staat voor de eigenaar Fluff Brown, een royale
vijftiger, die zijn hart verslingerd had aan het Britse merk AJS.
Sinds 1975 bouwde hij met een staf van vijf man personeel
motorfietsen (crossers en off the road).

De 250 en 360 crossers hebben een Villiers-AJS Starmaker blok en
slechts 4 versnellingen. Dit vanwege de grote powerband. De
gasfabriek is van Amal (MK II). De voorvork van AJS terwijl Girlings
de achterste schokken opvangen. De ketting is van Renold en het
plastic van Stadium. .
Niet zo verwonderlijk dat in een begeleidende folder stond Finest of
British two strokes.
Betrouwbaarheidsritten.
Zo hete het nog in de jaren dat alles veel betrouwbaarder was als
heden ten dage.
 |
|
Henk Poorte. Een val
in de proef maakte eind aan hoop op de dagzege. |
De meeste deelnemers kwalificeerden de
zesde Waddenrit nabij Blija als een makkie. Dat werd voor het
grootste deel, veroorzaakt door de regen, die NIET viel.
Het was dan ook hoofdzakelijk daarom dat er slechts een kleine
zestig deelnemers (van de 197 inschrijvingen) de finish niet
haalden.
Hoe anders zou dat geweest zijn als de regen de Waddenrit wel met
zijn aanwezigheid zou hebben verrijkt.
Omdat er vrij veel verharde weg in het parcours opgenomen was, werd
menige klassering in een proef beslist.
Spannend ging het er in de klasse boven
250 cc aan toe, waarin het dit keer niet titelverdediger Henk Poorte
was die met de overwinningskrans naar huis ging, maar de
Hilversummer Martin Schalkwijk.
Schalkwijk dankt zijn zege voor een groot deel aan een val van Henk
Poorte in een proef. Erg schraal was het aantal geklasseerde in de
klasse 125 cc senioren, die gewonnen werd door Ybele Koehoorn.
Slechts vier rijders wisten de meet te
halen. Jan ten Velde werd winnaar van de klasse 250 cc, terwijl Anne
Kies bij de 175 cc met de hoogste eer aan de haal ging.
De Jan van Beekrit, zo noemde de
AMC Zelhem haar eerste betrouwbaarheidsrit, waar een groot aantal
inschrijvingen voor binnenkwam.
 |
|
Anne Kies was
oppermachtig in de 175cc klasse. |
Het grootste probleem bij deze première
vormde het feit dat er zich onderweg nogal wat opstoppingen
voordeden, een gevolg van het feit dat de rit een niet al te grote
lengte had.
De algemene indruk die de Jan van Beekrit op de deelnemers
achterliet, was dat hij niet al te zwaar was, waardoor het aantal
uitvallers binnen de perken bleef.
In de zwaarste klasse werd de
overwinning door Martin Schalkwijk voor zich opgeëist, terwijl zijn
grootste concurrent Henk Poorte niet verder kwam dan een vierde
plaats.
Henk Visschers won de lichtste klasse, Anne Kies wederom de klasse
175 cc, terwijl Jan ten Velde het andermaal uitstekend deed in de
kwartlitercategorie.
Nat, smerig, koud maar voldaan kwamen de meeste rijders zaterdag 8
december 1979 aan de finish tijdens de Heuvelrit in de gemeente
Nijverdal. Zwaar maar mooi vond men. En het waren echt niet
alleen de junioren die er moeite mee hadden. Velen deelden de mening
dat dit weer eens een echte betrouwbaarheidsrit geweest was.
 |
|
Jan ten Velde werd
tweede in Nijverdal. |
Onder de afwezigen bij deze wedstrijd
behoorden Jan Harkink, Henk Seppenwolde en Gerrit Bijenhof die zich
bij de vorige wedstrijd in Zeihem nogal zwaar geblesseerd hadden.
Helaas moest de ambulance ook ditmaal
uitrukken nadat J. Kamping ongelukkig ten val was gekomen en daarbij
zijn been had gebroken.
Als een rit voor de dertiende keer georganiseerd wordt, je
waarschijnlijk voor de 13e keer meedoet en dan ook nog het
startnummer 13 krijgt, dan kan het haast niet goed gaan.
Rudi Boom, de Amsterdamse veteraan, was
degene die als 13e van start ging en het ging dan ook niet goed. Hij
was een van de eersten, van de velen, die met pech aan de kant kwam
te staan.
In zijn klasse, de 125 cc senioren, was hij echter niet de enige, er
kwamen in deze klasse maar vier rijders aan de finish.
De eerste plaats was met een grote
puntenvoorsprong voor Jan Trompetter gevolgd door Aldert Hofman en
Be Lichtenberg.
Henk Visscher kwam nu als 4e over de streep, hij verloor zijn goede
kans om wederom te winnen in de laatste crossproef toen de ketting
er afliep en er zeer vele seconden verloren gingen. De overwinning
in de 175 cc-klasse was, hoe kan het haast anders, voor Anne Kies.
De omslag in de veringen in de Motocross
Medio maart 1979 kreeg een groot aantal motorvakbladen een
uitnodiging in de bus gegooid afkomstig van Kawasaki.
Het was een invitatie om in het Antwerpse Grest Hotel de Europese
introductie van Kawasaki's nieuwste 500 cc Grand Prix-machine te
komen bekijken.
 |
| De Kawasaki 125cc van
19980. |
Meer vermeldde de uitnodiging niet, maar
het bij sommige motorjournalisten zeer ver ontwikkelde
"nieuwsinstinct" zei hen dat er op de één of andere manier groot
nieuws onder de zon zou zijn. Er moest gewoon iets aan de hand zijn
met die nieuwe fiets, maar wat wist niemand.
Al snel nadat er zich een flinke menigte verzameld had onthulde Brad
Lackey, Kawasaki's fabriekspiloot, de machine. Groen, veel groen,
dat was het eerste wat je zag. En toen. .. iets geks. Dat ding had
helemaal geen schokbrekers, maar ook geen cantilever veersysteem!
 |
| Het was makkelijk werken aan de
Kawa. |
Wel verduveld, hoe kon dat nou? Bij nadere inspectie kwamen we meer
aan de weet. Om maar weer wat nieuws te kunnen brengen, maakten de
Kawa-mensen gebruik van het zogeheten Uni-Trak systeem. Goed of
slecht, het was in ieder geval wereldnieuws en Kawasaki kreeg veel
publiciteit.
Toen het GP-seizoen eenmaal aan de gang was, bleek de door Kawasaki
uitgedachte constructie toch niet zo'n groot succes als vermoed
werd. Op harde banen ging Lackey weliswaar als een trein, maar in
het mulle zand wilde het nog niet al te best lukken. Maar dat duurde
slechts kort; zijn monteur Steve Stasiefski en de Japanse
sleutelaars bogen zich vele malen over het probleem, en het was
duidelijk te zien dat hun inspanningen vruchten afwierpen naarmate
het seizoen vorderde.
 |
| De Kawa was maar een naakt ding
zonder plastic. |
Aan het einde van de rit, na een jaar experimenteren dus, was het
UniTrak systeem af. Of die ene veer ook op de productiefietsen voor
'80 zou komen te zitten, kon op dat moment nog niet gezegd worden.
Maar ondanks het feit dat we die gedachte in het achterhoofd
bewaarden, keken we tóch even vreemd op, toen bekend werd dat
Kawasaki haar productiecrossers wel degelijk met de Unitrak zou
uitrusten.
In 1980 begon dus de echte ommezwaai in de vering waar het
betreft de Motocross en vanaf die tijd kenden we naast de Unitrack,
de pro Lever, de Cantilever, de pro Link en hoe ze allemaal ook
mochten heten
Teamcross 125 en zijspannen Lochem in 1979.
Ondanks de concurrentie van de laatste kampioenswegrace op een
steenworp afstand in Hengelo (Gld), had toch een redelijk aantal
toeschouwers het Lochemse circuit aan de Gageldijk kunnen vinden om
er getuige te kunnen zijn van de tweede en laatste teamcross voor
125 cc- en zijspanteams.
Het weer werkte uitstekend mee, en de aanwezigen hebben kunnen
genieten van spannende wedstrijden. De inzet van de coureurs in een
teamcross, waar gestreden wordt om de Nederlandse titel voor
clubteams was in die tijd erg hoog, een reden om er alles aan te
doen dit soort wedstrijden te handhaven. Dat lukte onze bond echter
niet en na nog een paar seizoenen was het over en uit met deze
prachtige serie.
Na de wedstrijd in Roden voerde het kampioensteam van vorig jaar, de
MCC Holland uit Gouda, het tussenklassement aan. Hen leek nauwelijks
meer iets te kunnen gebeuren; hoewel je daar juist bij een
teamcross, waar het resultaat van minstens drie man afhangt weinig
van kunt zeggen.
Dat bleek in de praktijk wel, want nadat het Holland-team zich
zonder problemen voor de finale plaatste, leken de kansen plotseling
bijzonder klein toen in die finale al binnen twee ronden de motor
van kopman Peter Groeneveld het begaf. Juist nu moest het team,
onder leiding van manager Sanner, laten zien wat het ware teamwerk
was. Dat lukte, ondanks dat men met de tweede plaats genoegen moest
nemen.
|
 |
| Benny Janssen en Frans Geurts v
Kessel |
De zege ging naar de 'outsider VVR uit Apeldoorn, het team dat in
Roden niet verder dan de zesde plaats was gekomen. Ondanks dat
Holland met teamnummer 13 in het programma stond, vond men het geluk
aan hun zijde.
Alle teams die er in Roden voorin bij hadden gezeten deden het in
Lochem minder goed, waardoor de titel toch nog naar Gouda ging.
Beste Holland rijder werd André Sprengelmeijer met een vijfde
plaats, terwijl zijn teamgenoot Harry Barendrecht twaalfde werd en
Gor van der Hoek als 16e eindigde.
Individueel winnaar werd, net als in Roden, Dinand Zijlstra, en dit
bleek de basis voor de tweede plaats in het eindklassement voor de
MG Ommen e.o.
Ook de zijspanklasse kende dezelfde winnaars als in Roden.
Individueel dan wel te verstaan, in de persoon van Henk Knuiman.
Ditmaal reed Henk weer met zijn vaste bakkenist Henk Martens, nadat
hij in Roden met invaller Tiny Jansen de eerste plaats voor zich
opeiste.
Zagen de mannen uit Wijchen in de eerste wedstrijd in de slotronde
hun teamzege in rook opgaan door het uitvallen van de derde equipe,
ditmaal ging het beter en eindigden ze op de eerste plaats. Daarmee
scoorden zij evenveel punten als het winnende team uit Roden, de
Halmac I, welk team in Lochem tweede werd, vooral dankzij het
uitstekende rijden van Ab Brus, die in Bart Notten kennelijk de
'bakkenist van zijn leven' gevonden heeft.
Eerder schreef dit duo al de tweede serie op hun naam. Doordat in
geval van een gelijk puntentotaal de betere prestatie in de
slotwedstrijd doorslaggevend is voor de titel, trokken de
Wijchenaren aan het langste eind. In Halle kon men ondertussen toch
wel tevreden zijn, want hun tweede team eindigde op een uitstekende
vierde plaats. Daartussen nestelde de MTTK uit Assen zich als derde,
mede dankzij een riante tweede plaats van het duo Lammertink-Van
Deutekom in de finale.
Verliep de zijspanfinale spannend, de verliezerronde was, zo
mogelijk, nog spannender. Daarin vochten een verbeten August Muller
en Ton van Heugten om de eerste plaats, tot ieders verbazing op de
hielen gevolgd door Jaap de Vogel. Het tempo dat dit drietal draaide
lag beduidend hoger dan in elke andere wedstrijd, wat na enkele
ronden al in een voorsprong van meer dan een minuut resulteerde.
Jammer dat De Vogel, die, bijgestaan door Willy Pens in de eerste
serie uitviel met motorpech. Anders had er zeker een dagoverwinning
voor het Roderteam ingezeten. Die eerste serie werd een individuele
zege voor het Saki-duo Jansen-Geurts van Kessel, dat Zaltbommel
kopman Tony Bens naar de tweede plaats verwees. Jammer dat praktisch
het hele team in de finale de eindstreep niet haalde.
UITSLAGEN
125 cc: 1. VVR, Apeldoorn; 2. MCC Holland, Gouda; 3. MAC De
Holterberg, Holten; 4. MC Ommen e.o Ommen; 5. MCC Bleiswijk,
Bleiswijk; 6. MCC Wijchen, Wijchen; 7. MCC Schiedam, Bergschenhoek;
B. MC Amsterdam, Amsterdam; 9. MAC Harskamp, Harskamp; 10. VAMAC,
Varsseveld
Individueel: 1. Dinand Zijlstra; 2. Eddy Meurs; 3. KooS Mulder; 4.
Henk Seppenwoolde; 5. André Sprengelmeijer.
Zljspannen: 1. MCC Wijchen, Wijchen; 2. HALMAC-1, Halle; 3. SMARCS
2, Gendt; 4. MTTK, Assen; 5. Halmac 2, Halle, 6. MCNH, Nijverdal; 7.
MSV De Waal, Zaltbommel; 8. VAMAC 1, Varsseveld; 9. Stichting
Motorsport Roden 1, Roden; 10. VAMAC 2, Varsseveld; 11. TCD,
Doetinchem; 12. MAC Alkmaar, Heerhugowaard.
Individueel: 1. Henk Knuiman-Henk Martens; 2. Henk Lammertink-Piet
van Deutekom; 3. Ab Brus-Bart Notten; 4. Tonnie Bens-Geert Knuiman;
5. Tony Bens-Jan de Wild.
Eindstand 125 cc: 1. MCC Holland, Gouda, 59 pnt.; 2. MC Ommen e.o.,
Ommen, 55 pnt.; 3. VV. Apeldoorn, 55 pnt., 4. MCC Wijchen, Wijchen,
54 pnt.; 5. MCC Bleiswijk, Bleiswijk, 53 pnt
Eindstand Zijspannen: 1. MCC Wijchen. Wijchen, 59 pnt.; 2. Halmac-1,
Halle, 59 pnt.; 3. MTTK, Assen, 53 pnt.; 4. Halmac-2, Halle, 53 pnt.;
5. SMARCS-2, Gendt, 50 pnt.

De Motocross in 1980
Zouden we in de WK Motocross (toen nog bestaande uit een WK voor
125cc, 250cc en 500cc) een top 10 lijst maken dan zou blijken dat de
helft van de top uit Belgen zou bestaan.
In de jaren 1980-1989 was het grotendeels hetzelfde alhoewel de
Belgen nu met slechts drie man op de lijst voorkwamen, Maar een
klein land zoals Nederland ook!!!
In de jaren 1980 kwam ook de invasie van de rijders uit de USA op
gang en dat deed de GP racerij geen kwaad, mede omdat ze veelal te
beschouwen waren als lieden die op zo een gebeurtenis als gedurfd en
acrobatische overkwamen vergeleken met de Europese grootheden.
1982 bracht gelijk al het eerste goud voor een rijder uit de USA
toen Brad Lackey Wereldkampioen werd in de 500 klasse. Tot
overmaat haalde twee weken later Danny LaPorte de tweede gouden
medaille binnen voor de USA en pakte de wereldtitel in de
kwart liter klasse op een Yamaha.
Daarna werd het stil om de Yanks, want aan de andere kant van de
plas was inmiddels het supercrossen ontdekt en het grote
geld. Zo moesten de Amerikanen wachten tot 1989 toen Trampas Parken
in 125cc de wereldtitel binnenhaalde.
Boven alles werd de macht van de USA merkbaar toen ze en passant ook
de team World Cup wedstrijden serieus gingen nemen en een rij na rij
overwinning pakten in de jaren 1980.
Mooiste tussenkomst in de jaren tachtig was misschien wel de
wereldtitel die de flamboyante Zweed Håkan (Carla) Carlquist
pakte in het jaar 1983 in de 500cc met Yamaha toen hij de titel
pakte in St. Anthony. Het was zijn tweede, na de winst in de
250cc in 1979 op Husqvarna.
Maar wie regeerde veel op de internationale markt in de jaren 80?
Om dat eens te componeren in de vorm van the best of the eighties,
hebben wij het volgende gedaan.
Voor elke wereldtitel gaven we de rijder in kwestie tien punten,
zilver levert negen punten op en zo verder in een dalende
lijn tot de tiende plek, wat resulteerde in onderstaande
interessante score gerekend over de crossjaren 1980-1989.
1 Eric Geboers, België, 87 punten (4 goud). 2 Georges Jobe, België,
77 punten (3 goud). 3 Kees van der Veen, Nederland, 72
punten (1 zilver). 4 Michele Rinaldi, Italië , 67 punten (1 goud). 5
Andre Malherbe, België, 63 punten (3 goud). 6 David
Thorpe, Engeland, 63 punten (3 goud). 7 Pekka Vehkonen, Finland, 51
punten (1 goud). 8 John van den Berk, Nederland, 48
punten (2 goud). 9 Dave Strijbos, Nederland, 46 punten (1 goud) .10)
Corrado Maddii, Italië, 46 punten (2 zilver).
Tussen haakjes, merken we het beste resultaat van de rijder in de
jaren 1980.
Opvallend hier met name de plaats van de taaie Fin Pekka Vehkonen
die zilververzamelaar was met vier keer een tweede plaats,
terwijl onze eigen zandhaas Kees van der Veen de ultieme verzamelaar
werd van vier keer brons in vijf opeenvolgende
seizoenen.
Wie waren de Yanks in de jaren 1980?
Brad Lackey, Danny LaPorte, Mike Guerra, Gary Semic, Jim Gibson,
Danny Chandler, Bobby Moore, Mike Healey, Rodney Smith, Tramps
Parker, Tyson Vohland, Micky Dymond, Broc Glover, Billy Liles.
Wat viel ons nog meer op?
Jacky Vimond werd wereldkampioen waarna door een ongeval tijdens een
huldigingfeest zijn carrière tot een abrupt einde kwam.
Dimitri Rangelov was de laatste Bulgaarse rijder in de WK top?.
Heinz Kinigadner werd Wereldkampioen en koning van KTM tot op heden.
Danny (Magoo) Chandler- die moet je echt gezien hebben!!.
Jean-Michel Bayle - Fransman die de Yanks (en onze Dave Strijbos) op
de plaatsen kreeg.
We hebben als toetje nog een mooie film over de WK motocross in 1979
voor u.
|